Hoogtepunten van de tentoonstelling

1. Peter Paul Rubens (1577–1640) en atelier, Kruisafneming, ca. 1618, Olieverf op doek, 297 x 200 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Peter Paul Rubens (1577–1640) en atelier, Venus en Adonis, ca. 1614, olieverf op paneel, 83 x 90,5 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Het onderwerp van Venus die de schone jongeling Adonis tracht te weerhouden van de jachtpartij die hem noodlottig zou worden, was zeer wijdverbreid in de beeldende kunst (Ovidius, Metamorphosen X, 529–559). Rubens heeft het thema meerdere keren gebruikt. Kort na zijn terugkeer uit Italië, waar hij van 1600 tot 1608 had vertoefd, schilderde hij een monumentaal doek naar dit onderwerp (Museum Kunst Palast, Düsseldorf, 276 x 183 cm). De Leidse hoogleraar Dominicus Baudius (1561–1613) bezong dit werk geestdriftig in een gedicht dat hij Rubens toestuurde in een brief van 11 april 1611. Het schilderij had inderdaad veel succes, wat indirect wordt bevestigd door een groot aantal navolgingen op kabinetformaat. Dergelijke schilderijen werden in de regel vervaardigd in Rubens' atelier.

Peter Paul Rubens (1577–1640), Christus met doornenkroon (Ecce homo), ca. 1612, olieverf op paneel, 125,7 x 96 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Als thema voor dit schilderij dienden de woorden van de gouverneur van Judea, Pontius Pilatus, aan de Joden die zich voor de rechtszaal hadden verzameld nadat Christus was gegeseld en door de soldaten bespot. Toen Jezus met de doornenkroon op het hoofd en met een purperrood kleed om naar buiten kwam, wees Pilatus naar hem en zei: 'Ecce homo' (Zie, de mens).

8. Anthonie van Dyck (1599–1641), Portret van Sir Thomas Wharton, 1639, Olieverf op doek, 217 x 128,5 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Peter Paul Rubens (1577–1640) en Frans Snijders (1579–1657), De vereniging van Aarde en Water (De Schelde en Antwerpen), ca. 1618–1621, olieverf op doek, 222,5 x 180,5 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Het schilderij geeft personificaties van de elementen Water en Aarde, die op de grens van hun machtsgebied een verbond sluiten. Op het allegorische karakter van de compositie werd al in de achttiende eeuw door onderzoekers gewezen. Een uitgebreide interpretatie van het schilderij als allegorie van het verbond tussen de Schelde (in de persoon van de riviergod Scaldis of Scaldanus) en de godin van Antwerpen (Antverpia) werd echter pas twee eeuwen later gegeven, in 1975.

Jan Fijt (1611–1661), Wild met jachthond, 1655–1660, olieverf op doek, 93,5 x 120 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Jan Fijt was een ware meester in jachtstillevens. Dit werk toont de favoriete motieven van de schilder: een haas die aan zijn achterpoten is opgehangen, een streng met kleine zangvogels, een grijze patrijs, een witte doek om het wild beter te laten uitkomen en een hond die de jachttrofeeën bewaakt. Evenals andere jachtstillevens van Fijt kenmerkt dit schilderij zich door zijn rijkgeschakeerde kleurenpalet, met veel bruine en zilvergrijze tinten, verlevendigd door subtiele rode, groene en blauwe vlekken.

19. Jacob Jordaens (1593–1678), Zelfportret met ouders, broers en zusters, ca. 1615 (ged. overgeschilderd 1635–1645), Olieverf op doek, 175 x 137,5 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

David Teniers II (1610–1690), Duet, 1640–1645, olieverf op doek (in 1825 overgebracht van paneel), 24,7 x 19,5 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Dit schilderij stelt een jonge boerin voor die een lied ten gehore brengt onder begeleiding van een jongeman op de fluit. De scène is op te vatten als een liefdesduet.

Zingen en musiceren werden van oudsher gezien als symbool van de liefde, wat wordt bevestigd door het devies van het embleem Amor docet Musicam (Liefde onderwijst de muziek). De gravure die Crispin de Passe (1523–1591) van dat thema maakte, kreeg begin zeventiende eeuw brede bekendheid, vooral na publicatie in de emblemenbundel Nucleus Emblematum van Gabriel Rollenhagen uit 1611. Centraal in het embleem staat een amor met luit, afgebeeld in een landschap met een vrouw en twee musicerende mannen. Teniers presenteert dit gegeven als een realistische scène uit het dagelijks leven, waarin voor Cupido geen plaats is. Daarnaast belichamen de fluitspelende jongeling en de zingende vrouw ook het gehoor als zintuig.

Anthonie van Dyck (1599–1641), Familieportret, ca. 1619, olieverf op doek, 113,5 x 93,5 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Dit is een van de onbetwiste vroege meesterwerken van Van Dyck, uit zijn eerste Antwerpse periode (tot 1621). Het valt op door de virtuoze schildertechniek en de subtiele uitbeelding van de personages. Helaas is niet bekend wie model hebben gestaan. Het wapen op de rugleuning van de stoel kan geen uitsluitsel geven, want dat is te summier om te kunnen ontcijferen. Aanvankelijk werd aangenomen dat het ging om het gezin van Frans Snijders (tot 1893), daarna dat het een afbeelding betrof van het gezin van de landschapsschilder Jan Wildens. De afgebeelde man komt echter niet eenduidig overeen met enig betrouwbaar portret van Snijders dan wel Wildens. Daar komt bij dat Snijders helemaal geen kinderen had en Wildens alleen maar zonen, terwijl op de schoot van de moeder een meisje zit.

Jacob Jordaens (1593–1678) en Andries Daniels (?) (ca. 1580 – na 1602), Maria met kind in een bloemenkrans, ca. 1618, olieverf op paneel, 104 x 73,5 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Het centrale medaillon van de hand van Jordaens bevat een afbeelding van Maria tegen een donkerrode achtergrond. Behoedzaam houdt zij het naakte Christuskind vast, dat in zijn volle lengte op haar schoot staat en zegenend de rechterhand heft. Het merendeel van de felgekleurde bloemen in de krans is symbolisch verbonden met de Mariaverering: rozen, lelies, pioenen, akelei, tulpen, irissen, anemonen, bosaardbei. Sommige van die bloemen (anemonen, irissen en akelei), die het verdriet van Maria over het komende lijden van Christus en zijn dood belichamen, zijn indirect ook Christussymbolen. Veel van de bloemen worden ook gecultiveerd als tuinplanten, vooral een aantal exotische oosterse planten die in de zeventiende eeuw bijzonder geliefd waren in West-Europa, zoals de tulp en de keizerskroon (fritillaria imperialis), door de Franse botanicus Charles de l'Écluse (Carolus Clusius) in 1576 uit Constantinopel naar Wenen gebracht.

ANBI

De Hermitage Amsterdam is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Wij hoeven geen belasting te betalen over giften. Uw bedrag staat dus volledig tot onze beschikking. En giften aan een ANBI zijn vaak aftrekbaar voor de schenker.

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 25 december 2014 en 27 april 2015

© State Hermitage Museum, St Petersburg

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Contact

Voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s:
+31 (0)20 530 87 55

Voor alle overige vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55

Voor reserveringen van rondleidingen en zalen:
0900 HERMITAGE (0900-437648243) lokaal tarief

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u contact opnemen met reservations@guideid.com

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.