Peter de Grote

Een bevlogen tsaar

Peter I werd geboren in de nacht van 9 juni 1672 als veertiende kind van tsaar Aleksej, het eerste uit diens tweede huwelijk met Natalja Narysjkina. De traditionele feestelijkheden voor de geboorte met uitreiking van lekkernijen en onderscheidingen duurden vier volle dagen. Peetvader werd Peters halfbroer Fjodor (tsaar vanaf 1676). Alle zonen van tsaar Aleksej en diens eerste vrouw Maria Miloslavskaja hadden een zwakke gezondheid, waardoor het een waar geschenk was voor de Russische heerser dat tsaritsa Natalja een sterke jongen baarde. De tsarevitsj was een levendig, rusteloos kind dat voortdurend aandacht nodig had. Met zes maanden begon de kleine Peter al te lopen.

Van jongs af aan voelde Peter zich bijzonder aangetrokken tot de krijgskunst, een voorliefde die hij zijn hele leven behield. In het zomerverblijf Preobrazjenskoje – circa 18 kilometer noordoostelijk van het Kremlin in Moskou – werd voor Peter een klein speelgoedlegerkamp gebouwd, met houten kanonnen die met leer beklede houten kogels afvuurden.

Aleksej overleed in 1676 en liet de troon na aan zijn oudste zoon Fjodor, toen veertien jaar. Op instigatie van Fjodor werd Peter op zijn zesde toevertrouwd aan de zachtmoedige en godvrezende tutor Nikita Zotov om te leren lezen en schrijven. De bijdehante en leergierige tsarevitsj had weinig moeite om het alfabet onder de knie te krijgen. Wel hij heeft zijn hele leven met inconsequenties geschreven.

In 1682 stierf de twintigjarige Fjodor kinderloos. Volgens recht en traditie kwam de troon toe aan zijn oudste broer, de vijftienjarige Ivan. Deze ziekelijke jongen, die moeite had met lopen en vrijwel blind was, kon het land niet zelfstandig besturen. Daarom werd de nog geen tien jaar oude Peter uitgeroepen tot tsaar, en werd Ivan gepasseerd. De alleenheerschappij van Peter I zou echter nog geen maand duren. Er kwam een oproer dat werd aangevoerd door de oudere zuster van Ivan en halfzuster van Peter, Sofja Aleksejevna. Zij wilde haar broers verdringen en de macht overnemen. Het resultaat was een compromis. Peter en Ivan kwamen samen op de troon, met Sofja als regent. Familieleden van Peters moeder werden afgeslacht. De gebeurtenissen maakten een onuitwisbare indruk op Peter, die van nature niet alleen opvliegend, maar ook gevoelig was. Hij zou zijn leven lang af en toe stuiptrekkingen in zijn gezicht hebben en verkeerde in voortdurende angst om zichzelf en zijn moeder.

De regering van Sofja duurde zeven jaar. Peter ging in Preobrazjenskoje wonen. Hij kwam zo min mogelijk in Moskou. Al vroeg werd gewag gemaakt van Peters ‘verbluffende schoonheid’, levendige aard, vrije opvattingen over etiquette (de kleine tsaar was de eerste die van zijn troon opsprong om de gezant te begroeten) en onverschrokken oogopslag.

Legertje spelen

Peter bracht al zijn tijd door met legertje spelen. De eerste ‘speelregimenten’ vormde Peter uit zijn kamerdienaren, adellijke leeftijdgenoten, jongens uit de buurt en zelfs dwergen, die hem en zijn broer dienden. De jonge veldheer organiseerde veldslagen en manoeuvres, bestudeerde de kunst van het exerceren en schieten, de werkwijze van buitenlandse legers en de varianten van uniformen en vaandels, en oefende de kunst van het trommelen. Wie op jonge leeftijd al deelnam aan zijn ‘spelen’ werd later Peters medestander.

In Peters omgeving bevonden zich ook vreemdelingen uit de Buitenlanderswijk in Oost-Moskou. Dit waren uitstekende handwerkslieden en officieren, die met genoegen in dienst van de tsaar traden. Velen van hen gaven Peter les in militaire aangelegenheden, wetenschappen en ambachten.

Het ‘speelleger’ kreeg steeds meer de vorm van reguliere gevechtsonderdelen. De soldaten kregen echte uniformen. Vanaf 1683 liet Sofja op Peters verzoek regelmatig echte kanonnen en kogels in Preobrazjenskoje bezorgen. Op zijn elfde verjaardag werden onder leiding van de Nederlandse kapitein Simon Zommer de eerste ‘oefenschoten’ uit de kanonnen afgevuurd. Hoewel Peter te allen tijde tsaar en commandant bleef, begon hij de dienst in zijn eigen regiment aanvankelijk als trommelaar en diende vervolgens als kanonnier op voet van gelijkheid met de reguliere soldaten.

Al in 1682 werd in Preobrazjenskoje een klein kamp met versterkingen gebouwd. In 1686 werd niet ver daarvandaan volgens alle regels van de fortificatie een nieuwe vesting opgetrokken, die de naam Presburg kreeg. Tijdens de bouw werkte Peter zo hard mee dat hij eelt op zijn handen kreeg. In de loop der jaren bekwaamde hij zich in veertien verschillende ambachten. Nooit liet hij een gelegenheid onbenut om iets nieuws te leren. Hij had een opvallende aanleg en belangstelling voor praktische vaardigheden. Als hij ergens in was geïnteresseerd, wijdde hij zich eraan met kenmerkende hartstocht.

Nadat in een dorpje een oude zeilboot was gevonden, stortte Peter zich op een nieuwe passie: de scheepsbouw. Onder leiding van de Nederlander Karsten Brandt uit de Buitenlanderswijk werd een scheepswerf opgezet.

Het aantal manschappen in het ‘speelleger’ nam zo toe (tot 600!) dat de helft van de soldaten uit Preobrazjenskoje werd overgeplaatst naar het naburige dorp Semjonovskoje. Later zouden het ‘Semjonovski en Preobrazjenski speelregiment’ de eerste garderegimenten in het nieuwe Russische leger worden. De regentes begon zich zorgen te maken over Peters activiteiten.

Huwelijk

In 1689 trouwde Peter met Jevdokia Lopoechina. Hij was op slag meerderjarig en had niet langer een regentes nodig. Sofja ondernam een laatste poging zich alle macht toe te eigenen. Peter trok met zijn ‘speelleger’ naar een klooster in de buurt en verzamelde een indrukwekkende groep medestanders. De patriarch, door Sofja gestuurd om te onderhandelen, voegde zich bij de jonge tsaar. Sofja werd in het nauw gedreven en moest opgeven. Ze werd voor de rest van haar leven opgesloten in het Nieuwe Maagden Klooster in Moskou. Peters halfbroer en medetsaar Ivan hield zich afzijdig.

Portret van Jevdokia Lopoechina, Peters eerste vrouw, Rusland, anoniem, 1790-1810, Olieverf op doek, 66 х 56 cm. © State Hermitage Museum, St Petersburg

Tegen de wens van zijn moeder kwam Peter steeds vaker in de Buitenlanderswijk. Hij werd al lang gefascineerd door deze ‘verboden stad’ en wist veel over leven en gebruiken van de vreemdelingen. Alles was er zo ‘anders’: rechte, schone straten, huizen van baksteen met grote, transparante ramen (de Russen kenden geen glas), parken en moestuinen, Europese kleding.

Tijdens zijn gesprekken met kooplieden, artsen, ambachtslieden, ingenieurs en militairen vergaarde Peter veel nieuwe en nuttige kennis. Hij leerde dansen, paardrijden en schermen en werd een liefhebber van tabak, wijn en bier. Van Andrej Winius, met wie hij later nauw zou samenwerken, leerde hij Nederlands. In 1689 maakte Peter kennis met de dappere en betrouwbare generaal Patrick Gordon, al jong vertrokken uit het protestants geworden Schotland dat hem als katholiek weinig kansen bood. Hij bracht Peter in contact met de Zwitser François Lefort, een avonturier, maar een verstandig mens, interessant, vrolijk en makkelijk in de omgang. Hij was een meester in het organiseren van vrolijke ontmoetingen en feesten. In het huis van Lefort troffen Peters Russische vrienden uit Preobrazjenskoje en de bewoners van de Buitenlanderswijk elkaar. Bij de maaltijden vloeide de wijn rijkelijk en de feesten liepen regelmatig uit op bacchanalen.

Wat begon als een parodie op al wat heilig is, mondde uit in de bekende ‘Dronken Kerkvergaderingen’ met gemaskerde verkleedpartijen en wangedrag op straat van dronken jongelui. Moskou keek met ontzetting naar zijn tsaar. Het gewone volk noemde Peter een ‘atheïst’ en ‘de antichrist’. Het boze gerucht ging dat buitenlanders Peter bij zijn geboorte hadden omgewisseld, en dat hij in werkelijkheid een zoon van Lefort was.

In 1693 reisde Peter naar Archangel, destijds de enige zeehaven van Rusland. Hier zag hij voor het eerst de zee, die hij voor altijd in zijn hart sloot. Peter voer op echte schepen en onderging de macht van de elementen toen hij in een zware storm terechtkwam. Hij voelde de noodzaak van Rusland een maritieme macht te maken. In 1694 vonden de laatste oefeningen van het ‘speelleger’ plaats. Er werden maar liefst 30.000 soldaten ingezet, waaronder artillerie, en er vielen zelfs doden. De tsaar deed zelf mee als kanonnier Pjotr Aleksejev.

De Slag bij Azov

Peter erfde vele niet nagekomen verplichtingen jegens bondgenoten. Het Roomse Rijk, Venetië en Polen eisten van Rusland vastberaden acties tegen de gemeenschappelijke vijand Turkije, en dreigden anders afzonderlijke verdragen met Turkije te sluiten. Peter besloot de Turken aan te vallen, te beginnen met de bestorming van de vesting Azov. In 1695 probeerde een grote troepenmacht vergeefs om Azov in te nemen. De tsaar begon meteen met de voorbereidingen voor een tweede veldtocht. Voor zichzelf koos Peter de bescheiden rol van kanonnier, maar in de praktijk had hij de algemene leiding. Boeren die dienst namen in het leger zouden worden vrijgelaten uit hun lijfeigenschap. Men begon met de bouw van een vloot. Deze keer lukte het wel de vesting in te nemen. Peter, alleenheerser door de dood van Ivan begin 1696, kon dankzij de inname van Azov nu meer activiteiten van de bondgenoten tegen het Ottomaanse Rijk eisen. Zij maakten echter geen haast.

Het Grote Gezantschap

De jonge tsaar was zo nieuwsgierig naar de wereld buiten Moskou, dat hij Lefort de opdracht gaf een reis te organiseren naar West-Europa. Peter zou incognito deelnemen onder de naam Pjotr Michajlov. In maart 1697 vertrok dit Grote Gezantschap met 250 deelnemers uit Moskou. Peter was de eerste tsaar die zich buiten de grenzen van zijn eigen rijk begaf. Het gezantschap moest officieel de coalitie tegen het Turkse Rijk nieuw leven inblazen. Peter zelf maakte er echter geen geheim van dat hij reisde ‘om te kijken en te leren’. En om buitenlandse deskundigen te werven voor zijn nieuwe Rusland.

In de Zweedse stad Riga mocht de tsaar de vesting bekijken, maar tot zijn grote ergernis niet de afmetingen van de verdedigingswerken opnemen. In Koerland (nu het kustgebied van Letland en Litouwen) ontmoette Peter hertog Frederik Casimir. Die probeerde Rusland te bewegen tot een gezamenlijk optreden tegen Zweden. Bij Königsberg bezocht Peter de vesting Friedrichsburg. Hij oefende artillerie en bommen werpen en kreeg een patent waarin stond: ‘De heer Peter Michajlov wordt erkend als volleerd, bij het bommen werpen omzichtig en kundig kunstenaar in het hanteren van vuurwapens.’

In de volgende stop Coppenbrügge, bij Hameln, bezocht Peter keurvorstin Sofia van Hannover, die de tsaar zeer hartelijk ontving. Over Peter schreef ze onder andere: ‘Hij is een zeer bijzonder mens. Het is onmogelijk hem te beschrijven of zich een voorstelling van hem te maken, als men hem niet zelf heeft gezien. Hij heeft het hart op de juiste plaats en is vervuld van uitermate edele gevoelens. Ik moet u ook zeggen dat hij zich niet heeft bedronken in ons gezelschap.' Later schreef zij: ‘In Amsterdam vermaakt Zijne Excellentie zich door samen met matrozen kroegen te bezoeken. […] Als hij goed was opgevoed, was hij een voortreffelijk mens geweest, want hij heeft tal van goede kwaliteiten en veel verstand.’

Bezoek aan de Nederlanden

De tsaar reisde door naar de Nederlanden, destijds economisch en financieel een van de machtigste staten. Peter verliet het Grote Gezantschap bij Emmerik aan de Rijn. Met een klein groepje ontsnapte hij aan de tijdrovende feestelijke ontvangst bij de Nederlandse grens door aan boord te gaan van een boot, regelrecht ... naar Zaandam. Peter had jaren geleden enkele Zaandammers persoonlijk leren kennen die in Rusland hadden gewerkt. Toen hij de Zaan op voer, zag hij een van hen. ‘Smit, smit, koom hir!!’, riep de tsaar vanuit zijn boot. Gerrit Kist keek op en herkende de tsaar. De smid kreeg de vraag of Peter en zijn kleine gezelschap niet bij hem konden intrekken. Zo kwam de tsaar terecht in wat nu het Tsaar Peterhuisje heet. Peter woonde er van 18 tot 26 augustus. Op een scheepswerf ging hij aan de slag als timmerman. Hij deed zelfs doorgewinterde vaklieden versteld staan van zijn kennis en werklust.

Tsaar Peterhuisje

Het lukte Peter echter niet zijn incognito te bewaren. Al drie dagen na zijn aankomst werd hij herkend door een schipper uit Amsterdam, die veel op Archangel had gevaren. Vanaf toen verzamelde zich dagelijks een menigte bij zijn onderkomen om hem aan te gapen, en op straat werd hij voortdurend lastiggevallen. De Amsterdamse burgemeester Nicolaas Witsen nodigde hem uit naar Amsterdam te komen en Peter verkaste.

Witsen handelde op Rusland en had een keer deelgenomen aan een gezantschap naar Moskou, zoals menig burgemeester van Amsterdam voor hem. In 1694 had hij in Archangel zelfs een compleet uitgerust oorlogsschip laten afleveren. Dat was Peter niet vergeten. Nu ontmoette hij deze man voor het eerst. Witsen gaf Peter een werkplek op de werf van de VOC. Daar zou hij, door grachten en een ophaalbrug afgeschermd, ongestoord kunnen werken. Hij kreeg een huisje op de werf toegewezen om te verblijven. Peter stond erop dat iedereen hem ‘Pieterbaas’ noemde. Het was zijn wens scheepstimmerman te worden.

Peter bezocht ook instellingen voor algemeen nut, een huis voor krankzinnigen, het Spinhuis voor de heropvoeding van vrouwen, twee weeshuizen, de Portugese en de Hoogduitse synagoge, het Stadhuis op de Dam, de nieuwe Hortus Botanicus en de werkplaats waar Jan van der Heyden zijn brandspuiten maakte. Daarnaast kocht hij wapens voor het leger. Hij maakte studie van de boekdrukkunst. Hij bezocht het anatomische theater in de Waag en liet zich inwijden in de ontleedkunde door arts en geleerde Frederik Ruysch. Een onbekende Rus die daar ook bij was, beschreef een aantal details: ‘In Amsterdam [...] zag ik bij een dokter in de anatomie botten, aderen en hersenen van mensen, kinderlichamen van de bevruchting tot de geboorte, harten, longen, nieren en hoe in de nieren een steen groeit, en dergelijke binnenkanten, in alcohol bewaard en sinds vele jaren niet aan bederf onderhevig’. Eenmaal terug in Rusland mocht Peter graag assisteren bij operaties. Peter en Ruysch bleven contact houden, zij stuurden elkaar insecten.

Ook verdiepte Peter zich in meetkunde, natuurkunde en de theorie van de scheepsbouw. Hij bezocht executieplaatsen en kocht papegaaien, aapjes en opgezette krokodillen. Verder bracht hij een bezoek aan Antoni van Leeuwenhoek in Delft om diens microscoop te bestuderen en bekwaamde hij zich in de geneeskunde, vooral de kunst van het tanden trekken. Hij voer naar De Rijp, bekeek de ingepolderde Beemster, ging naar Texel en inspecteerde de terugkerende walvisvloot. Vaak ging Witsen mee. Verzamelaar Witsen introduceerde Peter ook in menige Amsterdamse kunstkamer, waar planten, dieren en voorwerpen uit pas ontdekte gebieden te zien waren. Witsen had ook zelf een kunstkamer. Sommige voorwerpen kwamen uit Rusland of nog verder oostwaarts. Hij had een boek geschreven over Noord- en Oost-Tartarije, het gebied dat nu hoofdzakelijk Siberië heet. In 1692 had Witsen al een exemplaar van zijn boek laten bezorgen bij Peter en zijn halfbroer Ivan. Veel van Witsens schedels, botten, hoorns, wapens, kledingstukken, gouden en zilveren grafvondsten liet hij natekenen. Van een gouden riemgesp kwam de ene helft in de collectie van Peter terecht en de andere helft in de verzameling van Witsen. Dat weten we doordat Witsen deze gesp afbeeldde in zijn boek. Vandaag de dag is zijn boek voor de bewoners van Siberië de oudst beschikbare bron voor hun geschiedenis, taal en gebruiken.

Gordelgesp: monster en paard in gevecht, Siberië, 4de-3de eeuw v.Chr. Goud; geciseleerd; 12,3 х 8,2 cm. © State Hermitage Museum, St Petersburg.

Op 11 september 1697 ontmoette Peter in het diepste geheim stadhouder-koning Willem III in Utrecht. Van het gesprek is niet meer bekend dan dat het ruim twee uur duurde en beiden als vrienden afscheid namen. Willem nodigde de tsaar ook uit om Engeland te bezoeken om vooral de scheepsbouwkunde te bestuderen. Engelse oorlogsschepen golden als de snelste en beste in die tijd. Willem III zorgde ervoor dat Peter ongehinderd toegang kreeg tot de Engelse marinewerven en artilleriewerkplaatsen. Bijna drie maanden bracht Peter door op de marinewerf van Deptford, waar hij zich in het ontwerpen van schepen verdiepte, berekeningen en metingen uitvoerde en met instrumenten en andere hulpmiddelen leerde werken. Zodra hij even tijd had, probeerde hij met een boot de Theems op te gaan. Het Russische gezelschap zorgde overigens voor tamelijk veel overlast in de buurt. Zo hadden de Russen de voor hen nog onbekende kruiwagens gebruikt om elkaar door de heggen te duwen.

Peter woonde op uitnodiging van de koning een zitting van het parlement bij. De tsaar was zeer geïnteresseerd in het staatsbestel van het constitutionele Engeland. Hij liet zich uitvoerig voorlichten over de werking van allerlei overheidsinstellingen, informeerde naar de rechten en plichten van de koning in vredes- en oorlogstijd en naar diens relatie met het parlement. Ook inspireerde de organisatie van de Anglicaanse Kerk hem tot hervormingen binnen de Russisch-orthodoxe Kerk.

Wenen

Kort daarna vertrok het Russische gezantschap naar Dresden. Zoals altijd reisde Peter voor de trage diplomatieke stoet uit. Bij aankomst wilde hij onmiddellijk de kunstkamer zien en liet zich daar de hele nacht rondleiden. Hij bracht later nog een bezoek, aangetrokken door de collectie zeldzaamheden van keurvorst Frederik August, een hartstochtelijk verzamelaar. In Dresden bezocht Peter ook het Hauptarsenal, metaalgieterijen en enkele vestingen. Tijdens een diner speelde op verzoek van Peter een blaasorkest, terwijl hij zelf de aanwezigen vergastte op een staaltje van zijn geliefde trommelkunst.

Het Gezantschap verbleef daarna in Wenen, maar kort na aankomst vertrok Peter in allerijl naar Moskou vanwege berichten over een opstand. In Polen bereikte hem de mededeling dat de opstandelingen waren verslagen. Hij hield halt en ontmoette keurvorst Frederik August, die ook koning van Polen was. Zij sloten een geheim verdrag over een gezamenlijk optreden tegen Zweden. Peter hoopte zo toegang tot de Oostzee te verwerven. Het verdrag was het belangrijkste politieke resultaat van de reis.Terug in Moskou begon de tsaar direct een onderzoek naar de opstand. Midden op straten en pleinen werden massale publieke executies voltrokken, waarbij Peter zelf de hakbijl hanteerde en anderen dwong hetzelfde te doen. Zo’n duizend mensen vonden de dood. Een dag later begonnen zijn hervormingen. Hij knipte bij alle hoogwaardigheidsbekleders die hij ontmoette, de baard af. Er kwam een belasting op het dragen van baarden. Wie die heffing had betaald, kreeg een speciaal bewijsteken, de zogenaamde ‘baardpenning’. Spoedig daarna knipte Peter tijdens een feest plotseling de zoom van de jas en de mouwen van de gasten af. Zo begon de beroemde kledinghervorming die veel Russen dwong Europese kledij te dragen.

Hervormingen op allerlei terreinen

Het lukte slechts onder krachtige dwang de veranderingen door te voeren. Peters voornaamste doelen waren de ontwikkeling van een nieuwe, wereldlijke cultuur en toenadering tot Europa. De Westerse hoofdsteden inspireerden hem. Tot de gebieden met de hoogste prioriteit behoorden onderwijs en opleiding van deskundigen van eigen bodem. Buitenlanders die in Rusland werkten, moesten voortaan Russische vaklieden opleiden. Jonge Russen mochten voor een opleiding naar het buitenland. Na hun terugkeer nam de tsaar velen persoonlijk examen af. Peter bouwde vanaf 1703 een nieuwe, op het westen gerichte hoofdstad: St.-Petersburg. De hoofdstad moest ook een op het westen gerichte zeehaven worden. Als locatie koos hij de delta van de Neva, die net op de Zweden was veroverd. Op de drassige grond verrees razendsnel een monumentale stad, waarbij kosten, moeite noch mensenlevens werden gespaard. Geschat wordt dat zo’n 40.000 mensen de dood vonden door de loodzware bouwwerkzaamheden.

In 1712 maakte Peter de nieuwe stad tot hoofdstad van zijn rijk. Hier, maar ook in Moskou en andere steden openden scholen voor wiskunde, geneeskunde en navigatie. Moskou kreeg een sterrenkundig observatorium. In 1714 werd in St.-Petersburg de Maritieme Academie opgericht, in 1724 de Academie van Wetenschappen. Op de beroemde ‘Petrinische assemblees’ moesten edelen met hun echtgenotes verplicht komen kaarten, schaken en discussiëren. De ‘politiemeester’ controleerde of iedereen wel kwam opdagen. Op de Neva vonden regelmatig door Peter zelf bedachte waterfeesten plaats, ongeacht de weersomstandigheden. Wie niet verscheen, riskeerde een fikse boete.

Panorama van Amsterdam, Onbekende tekenaar (vroeger toegeschreven aan Jan van Kessel), Papier, pentekening, aquarel, gouache, 41,5 х 205,5 cm. © State Hermitage Museum, St Petersburg

De Grote Noordse Oorlog

Het Grote Gezantschap had Peter geen steun voor zijn campagne tegen de Turken opgeleverd, maar hem wel op het idee gebracht voor een campagne tegen de Zweden. Hij vierde in Moskou met een groot vuurwerk de wapenstilstand met de sultan en verkondigde zijn verblufte onderdanen de volgende morgen dat hij in oorlog was met Karel XII van Zweden. Van 1700 tot 1721 voerde Peter tegen de Zweden de Grote Noordse Oorlog. Tijdens Peters heerschappij heeft Rusland in totaal 37 jaar oorlog gevoerd. Het meest verbazingwekkend was dat Rusland een oorlogsvloot bleek te kunnen bouwen die Zweden, een van de sterkste maritieme mogendheden van Europa, een vernietigende nederlaag toe kon brengen. Bij de scheepsbouw was Peter persoonlijk betrokken, soms als timmerman, soms als ontwerper. Vaak werden kerkklokken omgesmolten tot kanonnen, al was dat niet genoeg. Jarenlang werden in heel Rusland fabrieken opgezet. Het belangrijkst was de Oeral, waar binnen korte tijd een reeks metaalfabrieken openging. Rusland heeft tijdens de oorlog nooit hoeven lenen in het buitenland. De Grote Noordse Oorlog bracht schitterende overwinningen, maar ook dramatische nederlagen. Tsaar Peter groeide geleidelijk als opperbevelhebber, met als hoogtepunt de overweldigende triomf bij Poltava (1709). Dieptepunt was de Proetveldtocht van 1711, toen het Russische leger ingesloten raakte en Peter maar net ontsnapte aan krijgsgevangenschap.

In augustus 1708 stuurde Peter, op veldtocht, zijn gestorven lievelingsteefje op aan zijn Nederlandse voormalige lijfarts Nicolaas Bidloo met het verzoek haar op te zetten. Tien dagen later schreef Bidloo de tsaar: ‘Nu, heer, ze lijkt als levend, met veel moeite en zorg [...] en zij kan nu lange tijd bewaard blijven.’ Over dit teefje, Lisetta, wordt verhaald dat Peter af en toe brieven ondertekende met Lisetta en hoe zijn vrouw Catharina daarvan eens gebruik maakte. Ze speldde een ter dood veroordeelde een briefje op de kraag, ondertekend door Lisetta waarin het hondje vroeg dit leven te sparen. Peter kon zijn Lisetta niets weigeren. Peter had, alhoewel zeer modebewust en goed gekleed, een hekel aan officiële ceremoniën en stond sceptisch tegenover de hofetiquette en de traditionele eerbewijzen aan de tsaar. Peter gaf minder om de opsmuk van zijn paleizen dan om de inrichting van de werkplaatsen daarin, waar hij vaak was. Bovendien heeft hij altijd een afkeer van ruime en hoge vertrekken gehad. Hij voelde zich het prettigst in intieme vertrekken zoals die in Nederlandse huizen.

Galakostuum van Peter, Berlijn, 1720-30, Kaftan: laken, bajberek (zijdebrokaat), gouddraad, hout, l 116; kamizool: linnen, tafzijde, gouddraad, hout, l 96; pantalon: laken, atlas, bajberek, gouddraad, hout, l 76 cm. © State Hermitage Museum, St Petersburg

In 1716 was de tsaar voor de tweede keer in Amsterdam en bezocht hij – opnieuw – de cameeën- en penningenverzamelaar Jacob de Wilde. Bij die gelegenheid kreeg Peter van Jacobs dochter Maria de Wilde de ets cadeau die zij had vervaardigd bij zijn eerste bezoek. Het is de enige verbeelding naar het leven van een Nederlander en Peter in de Nederlanden. Een van de tekenaars die voor De Wilde werkten, was Adriaan Schoonebeek. Hij gaf in Amsterdam etsles aan Peter. In Amsterdam zocht Peter de apotheker Albert Seba op. Deze had een jaar eerder zijn hele collectie opgezette dieren succesvol aan de tsaar verkocht. Ook Frederik Ruysch wilde zijn collectie verkopen, en Seba had eerder een voorbeeld van diens prepareerkunst naar St.-Petersburg gestuurd, maar nooit iets gehoord. In Amsterdam bleek de tsaar toch zeer geïnteresseerd. Hij kocht alles: dieren, gedroogde planten en menselijke preparaten. En tevens het geheime prepareerrecept van Ruysch. De anatoom kon kinderhoofdjes, -armpjes en -beentjes eruit laten zien alsof ze nog levend waren, iets waarmee hij geleerden en andere belangstellenden uit heel Europa verbaasd deed staan. Deze uitzonderlijke collectie is tegenwoordig de grootste bezoekerstrekker van de Kunstkamera in St.-Petersburg, een encyclopedisch museum dat alle beschikbare kennis wilde verzamelen. Het museum (1719 in het Kikin Huis, vanaf 1726 in het huidige gebouw) zelf is ook een direct gevolg van Peters bezoeken aan de Nederlanden.

Feesten aan het hof

Buitenlanders stonden vaak versteld van de eenvoud en het ‘gebrek aan kieskeurigheid’ van de Russische tsaar in zijn omgang met onderdanen. Naast hoge regeringsambtenaren, leidinggevende militairen en buitenlandse diplomaten kon men hier ook schippers en scheepstimmerlieden aantreffen. De festiviteiten gingen in de regel gepaard met muziek, dans en grote hoeveelheden sterke drank. Zelf dronk Peter met mate. De vieringen en ‘assemblees’ duurden soms meerdere dagen, waarbij gasten niet naar huis mochten zonder Peters uitdrukkelijke toestemming. Peter was ook dol op vuurwerk. In St.-Petersburg werd dat vast onderdeel van het stadsleven. Vaak stak Peter zelf de lont van dit ‘vurig vermaak’ aan. Hij liet ook geen kans onbenut om branden te helpen blussen. Bekend is hoe de tsaar zelf een demonstratie gaf met de brandspuiten die hij in Amsterdam bij Jan van der Heyden had gekocht.

In Moskou en St.-Petersburg werden regelmatig maskerades gehouden. Peter nam ook zelf deel: hij was dol op verkleedpartijen. Meestal verscheen hij uitgedost als Hollandse matroos, Franse boer of trommelaar. Hij organiseerde ook bijzondere trouwerijen. De bekendste was die van twee dwergen, waarbij alle gasten eveneens dwergen waren.

Dagindeling

De zeldzame dagen dat hij thuis was, in St.-Petersburg, waren strak ingedeeld. Gewoonlijk stond de tsaar tussen vier en vijf uur ’s ochtends op. Hij ging eerst naar de ministerraad. Als de tijd het toeliet werkte hij even aan zijn draaibank. Om zes uur ging Peter op pad om bouwwerkzaamheden in de stad te inspecteren. Daarna hield hij zich bezig met staatszaken. Het middagmaal vond plaats om één uur. De gastronomische voorkeuren van de tsaar waren uiterst bescheiden: koolsoep, vlees in gelei, grutten, stoofvlees; als hapjes tussendoor pekelvlees, ham, Limburgse kaas, gezouten citroen en augurken. Vis at hij nooit! Hij dronk graag anijswodka en wijn. Na het eten volgde meestal een middagdutje. Vanaf vier uur weer staatsaangelegenheden, daarna ter ontspanning nog een uurtje aan de draaibank. ’s Avonds ging hij op bezoek bij vrienden of ‘vermaakte zich thuis met zijn naasten’.

Dood en opvolging

Dodenmasker van Peter, St.-Petersburg, naar oorspronkelijk afgietsel van Bartolomeo Rastrelli, na 1725, Gips, bronstint; kist 34,5 х 29 х 33 cm. © State Hermitage Museum, St Petersburg

Om ervoor te zorgen dat zijn hervormingen ook na zijn dood voortduurden, nam hij een aantal maatregelen. De troonopvolger, zijn oudste zoon Aleksej, vertrouwde hij zijn hervormingen niet toe. Aleksej stierf ten gevolge van zware martelingen, die hem hadden doen bekennen een oppositie tegen zijn vaders bewind geleid te hebben. Peter was in 1712 voor de tweede keer getrouwd, met zijn grote liefde Catharina, van origine een Letse boerendochter. Zij schonk hem meerdere zoons, maar die stierven allen jong. Alleen hun dochters Anna en Elisabeth bleven over. Om hun kansen op de troon te vergroten, kroonde Peter zijn vrouw Catharina in 1724 tot keizerin. In 1722 vaardigde Peter een ongehoorde oekaze uit over de troonopvolging, die de tsaar het recht gaf zelf zijn opvolger aan te wijzen, die ook een vrouw kon zijn. Op zijn sterfbed op 8 februari 1725 schreef hij op zijn schrijfplank ‘Laat alles na aan…’, kon het niet afmaken en riep zijn dochter Anna. Hij overleed echter voordat hij haar iets kon vertellen.

Portret van tsarevitsj Aleksej Petrovitsj, zoon van Peter, Rusland, anoniem, 1800-50, Olieverf op doek, 84 х 70 cm. © State Hermitage Museum, St Petersburg

Pieter van der Werff (1665-1722), Portret van Peter I, 1697-1700, Olieverf op doek, 56 х 49,5 © State Hermitage Museum, St Petersburg

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 25 december 2014 en 27 april 2015

© State Hermitage Museum, St Petersburg

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Contact

Voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s:
+31 (0)20 530 87 55

Voor alle overige vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55

Voor reserveringen van rondleidingen en zalen:
0900 HERMITAGE (0900-437648243) lokaal tarief

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u contact opnemen met reservations@guideid.com

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.