Alexander, Napoleon & Joséphine,
een verhaal van vriendschap, oorlog en kunst uit de Hermitage

Achtergrondverhaal

1807–1814. Een sleutelperiode in de wereldgeschiedenis. Op het continent wisselen oorlog en gespannen vrede elkaar af. De gevechten worden vaak geïnitieerd door Napoleon Bonaparte, de Franse keizer, en de reactie van de andere Europese mogendheden zijn vaak niet vreedzaam. Napoleon haalt verpletterende overwinningen en zet de Europese politiek naar zijn hand, totdat hij zijn hand overspeelt in een oorlog met Rusland. De Russen drijven hem terug naar Frankrijk, waar Napoleon zich in 1815 definitief gewonnen geeft. In dat jaar wordt het Congres van Wenen gehouden, waarop de Europese landkaart drastisch wordt gewijzigd. De afspraken van dat congres luiden een lange periode van relatieve stabiliteit op het continent in, die duurt tot aan de Eerste Wereldoorlog.

Horloge met miniatuur portret van Napoleon. Genève, Rusland, na 1812
Miniatuur portret van keizerin Joséphine, 1814. Frankrijk, Simon Jacques Rochard
Miniatuur portret van tsaar Alexander I, 1810–20. Kunstenaar onbekend
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Napoleon en Joséphine

Een van de meest tot de verbeelding sprekende echtparen uit de moderne Europese geschiedenis is Napoleon Bonaparte en Joséphine de Beauharnais. Joséphine werd in 1763 op het eiland Martinique geboren als Marie-Josèph-Rose Tascher de la Pagerie in een adellijke koloniale familie. Op 16-jarige leeftijd werd ze uitgehuwelijkt aan de 19-jarige Alexandre de Beauharnais en verhuisde naar Parijs. Uit het huwelijk werden in 1781 zoon Eugène en in 1783 dochter Hortense geboren. In 1789 brak de Franse Revolutie uit, in 1793 werd Alexandre opgepakt op beschuldiging van ‘aristocratische sympathieën’ en een jaar later vond hij de dood onder de guillotine. Ook Marie-Josèph-Rose werd tot de guillotine veroordeeld maar kwam vlak voor de tenuitvoerbrenging vrij door de val van Robespierre en het einde van diens Schrikbewind.

Vanaf toen leidde zij een mondain leven en ontmoette in 1795 in een van de bekende salons een generaal wiens ster rijzende was: Napoleon Bonaparte, een in 1769 geboren Corsicaan van bescheiden komaf. Bij hem was het liefde op het eerste gezicht, en al spoedig gaf hij haar de meer romantische naam Joséphine. Op 9 maart 1796 trouwden zij in het stadhuis van Parijs en enkele dagen later verliet Napoleon zijn kersverse bruid voor een veldtocht in Italië. Na een aantal tot de verbeelding sprekende triomfen greep hij de macht in Frankrijk. Daar liet hij het niet bij. Op 2 december 1804 zette hij zichzelf de keizerskroon op en maakte Joséphine keizerin.

Hoewel Joséphine een beperkte schoolopleiding had genoten, bezat zij een hoge sociale intelligentie en kon zij uitstekend met mensen omgaan. Met haar geraffineerde aanpak nam zij de meest uiteenlopende mensen voor zich in, niet zelden uit op materieel gewin. Joséphine spendeerde miljoenen francs aan meubels, kleding en diamanten. Haar kledingsmaak was trendsettend in Parijs. Napoleon daarentegen was een militair, die weinig gaf om de glamour van de beau monde. Hoewel er zeker sprake was van wederzijdse genegenheid en liefde, was het huwelijk van Napoleon en Joséphine bepaald geen sprookjeshuwelijk. Hun karakters verschilden enorm, en beiden namen de huwelijkse trouw niet altijd even serieus. Niettemin was Joséphine de grote liefde van Napoleon. Zij hadden weliswaar een stormachtig huwelijk, maar waren dol op elkaar en schreven beiden duizenden brieven naar de ander.

Miniatuur portret van keizerin Joséphine, 1814. Frankrijk, Simon Jacques Rochard
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Het domein van hun liefde was het Château de Malmaison, het landgoed dat zij met zijn hulp in 1799 kocht. Ze ontpopte zich als een grootse verzamelaar. Zij vulde het huis met een enorme kunstcollectie en meubels in de nieuwste empirestijl, die daar deels nog zijn. Ze was ook een buitengewoon fanatieke tuinier; alles moest wijken voor zeldzame planten en ze had in het bijzonder een zwak voor rozen. Malmaison werd een waar themapark, met een dierentuin waar de eerste zebra en de eerste zwarte zwaan van Europa te zien waren, een zuivelboerderij met melkmeisjes in Zwitserse klederdracht en een aapje dat brieven kon verzegelen.

De heftige liefdesgeschiedenis die het huwelijk van Napoleon en Joséphine was, kreeg een dramatische afloop. Ondanks de grote liefde zette hij haar in 1810 aan de kant omdat er geen troonopvolger geboren werd. Napoleon hertrouwde met de jonge Marie Louise van Oostenrijk, die hem in 1811 een zoon, erfprins Napoleon Frans Karel Jozef (Napoleon II) schonk.

Tsaar Alexander I

In 1777 werd grootvorst Alexander Pavlovitsj geboren in St.-Petersburg. Zijn grootmoeder tsarina Catharina de Grote was op het hoogtepunt van haar roem. Zij gaf haar kleinzoon zijn naam, waarbij ze voor hem de roem van een andere held in gedachten had: ze wenste dat de jonge grootvorst later als Alexander de Grote zou worden. De Zwitserse pedagoog De Laharpe koos zij uit als zijn de belangrijkste leermeester. Deze bracht hem de edele ideeën van de Verlichting bij. ‘Als De Laharpe er niet was geweest, was er ook geen Alexander geweest,’ zou de dankbare leerling later bekennen. Nadat Alexanders vader tsaar Paul I in maart 1801 bij een paleisrevolutie werd vermoord, besteeg de jonge grootvorst de troon. Alexander zou op de hoogte zijn geweest van de samenzwering, niets hebben ondernomen om deze te voorkomen en daar volgens de meeste historici een diep schuldgevoel aan hebben overgehouden.

De eerste jaren van zijn regering kenmerkten zich door een zekere hervormingsgezindheid die hij echter maar moeilijk in concreet beleid wist te vertalen, op wat administratieve hervormingen en beperkte sociale wetgeving na. Het Frankrijk van Napoleon was voor Alexander zowel een groot voorbeeld als een bedreiging. Gemodelleerd naar Napoleons Conseil d’État stelde Alexander een Staatsraad in, maar hij nam ook deel aan de coalitieoorlogen tegen Frankrijk in 1805–07.

K.A. Sjevelkin naar François Gérard, Portret van tsaar Alexander I, 1810–30. Olieverf op doek, 253 x 169 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Alexander en Napoleon

‘Als ik niet Napoleon was, had ik Alexander willen zijn…’
Die uitspraak van Napoleon in 1815 schetst het respect dat Napoleon had voor Alexander I, met wie hij jarenlang oorlog voerde, met wie hij vriendschap sloot en door wie hij vervolgens werd verslagen.

In de eerste jaren van de negentiende eeuw had Frankrijk aanzienlijke delen van Europa veroverd. Engeland kreeg Napoleon echter niet op de knieën. Daarom knoopte hij vriendschappelijke betrekkingen aan met die andere Europese grootmacht, Rusland. Alexander ging diplomatiek in op de toenadering, maar doordat hij zowel argwaan als bewondering koesterde voor Napoleons snelle veroveringen, volgde er geen verbond. Sterker, de argwaan nam de overhand en sloeg om in afkeer jegens de Franse keizer. Volgens sommige historici werd die in de hand gewerkt door Franse insinuaties over Alexanders hand in de dood van zijn vader. De toenadering van Bonaparte leidde ertoe dat na de Vrede van Presburg (het huidige Bratislava) in december 1805 Napoleon Russische krijgsgevangenen vrijliet, waarbij hij aan een van hen, vorst Nikolaj Repnin, opdroeg aan zijn monarch te verzekeren dat de Franse keizer streefde naar Russisch-Franse vriendschap. Op 20 juli 1806 sloten Franse en Russische diplomaten in Parijs een verdrag inzake ‘vrede en vriendschap voor eeuwige tijden’. Toch gingen de oorlogen door tot 14 juni 1807, toen Napoleon de Russische troepen een zware nederlaag toebracht bij Friedland (nabij Königsberg, toen in Pruisen, nu in de provincie Kaliningrad). De Franse legers stonden nu aan de grens van het Russische rijk. Op krachtig aandringen van zijn omgeving verzocht Alexander Napoleon om een wapenstilstand. De Franse keizer ging in op dit verzoek en op 25 juni 1807 vond een bijzondere ontmoeting plaats op een vlot midden op de rivier de Nemen, bij Tilsit, niet ver van Friedland.

Dit vormde de proloog voor een nauwe en levendige omgang tussen beide monarchen gedurende de volgende 15 dagen. Beiden deden hun best de ander in te palmen, waarbij ieder duidelijke politieke doelen voor ogen had en hoopte de onderhandelingspartner voor zijn karretje te kunnen spannen. Beide partijen slaagden hierin. Uiteraard kon Alexander de persoonlijke vriendschap, aangeboden door iemand wiens heldendaden door de hele wereld vol verbijstering en met ingehouden adem werden gevolgd, niet afslaan. Napoleon op zijn beurt viel ongewild voor de onweerstaanbare charme van de Russische tsaar. ‘Ook als iemand een hart van steen had, dan zou hij nog niet onverschillig kunnen blijven als de tsaar hem aanspreekt,’ verklaarde zijn adviseur in staatszaken Michail Speranski, ‘hij is de beminnelijkheid zelve.’ In Tilsit was sprake van ‘een oprechte poging tot een kortstondig verbond op grond van wederzijdse verleiding’. Op 7 juli 1807 bereikten de partijen een akkoord met een lange lijst afspraken waaronder Russische deelname aan de handelsblokkade tegen Engeland, het Continentaal Stelsel. Op 9 juli bekrachtigden de twee keizers het verdrag en Alexander vertrok uit Tilsit. De man die kort geleden nog zijn vijand was geweest, zwaaide hem vriendelijk uit vanaf de oever.

Anoniem, Frankrijk, naar Gioacchino Giuseppe Serangeli, Napoleon en Alexander I gaan uit elkaar in Tilsit in 1807, ca. 1810. Olieverf op doek
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Het vredesverdrag bleek een langzame opmaat te betekenen tot een ongekende oorlog. Aanvankelijk ging het nog goed met vriendelijke plichtplegingen en diplomatieke giften (consulaire paleizen, Sèvres-serviezen, bontmantels ter waarde van 80.000 roebel, malachieten vazen). Maar deze stortvloed aan wederzijdse blijken van attentie belette de beide keizers niet om nauwgezet in de gaten te houden of de andere bondgenoot de verplichtingen die hij in Tilsit op zich had genomen wel nakwam. Beide partijen schonden de afspraken. Nadat Alexander begin 1810 Napoleons verzoek om de hand van zijn zuster Anna Pavlovna (de latere gemalin van de Nederlandse koning Willem II) had afgewezen, waarop Napoleon spoorslags trouwde met de Oostenrijkse prinses Marie Louise, verkoelden de betrekkingen. Alexander raakte voorts zeer ontstemd over de steun van Napoleon aan de oprichting van een Poolse vazalstaat van Frankrijk en het uitblijven van gezamenlijke acties tegen Ruslands oude vijand Turkije. Toen Rusland aan het einde van dat jaar de handelsblokkade tegen Engeland opzegde en Napoleon de vader van Alexanders zwager als hertog van Oldenburg afzette, kantelde de politieke situatie definitief en was een volledige breuk slechts een kwestie van tijd. Het rampzalige oorlogsjaar 1812 was in aantocht.

De Hollanders in het Franse leger

Ook Nederland werd door Napoleon onderworpen. In de Bataafsche Republiek, opgericht met een aparte status zonder plicht een jaarlijks contingent jonge mannen te leveren voor Napoleons gevechtstroepen, kreeg de Franse keizer vrij snel grote bewonderaars. Toch besloot die in 1806 dat de Republiek plaats moest maken voor een strakker vanuit Parijs geleide staat. Napoleon maakte zijn broer Lodewijk Napoleon koning van Holland. Zijn vrouw Hortense, dochter van Joséphine de Beauharnais, volgde hem met grote tegenzin. Nu werden volop jonge mannen geronseld voor het Franse leger. Voor veel arme jongens met een hang naar avontuur was het een kans wat van de wereld te zien en geld te sparen om eventueel later een bedrijfje te kunnen beginnen.

Naar schatting zo’n 30.000 Nederlandse jongens werden ingelijfd bij de Grande Armée. Zij werden ingezet bij vele door Napoleon gewonnen veldslagen, zoals die bij Wagram, Austerlitz en Friedland. De bekendste Nederlander in Franse dienst was generaal Dirk van Hogendorp, die als gouverneur-generaal van Vilnius voor de Russische veldtocht in brigades formeerde van Poolse rekruten en aanstuurde in de strijd. In die veldtocht streden duizenden Nederlanders mee in het Franse leger, en de grote meerderheid zou het niet overleven.

François-Louis Couché naar Jacques-François-Joseph Swebach, De ontmoeting van Alexander I en Napoleon op de rivier Nemen, 25 juni 1807, ca. 1807. Aquatint op papier, 32 x 44 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

1812

Op 10 juni 1812 kwam de oorlogsverklaring van Napoleon aan Rusland en op 12 juni stak de Grande Armée de Nemen over. Met naar schatting 600.000 man, gerekruteerd uit heel Europa, bestond het leger uit een centrale aanvalsmacht onder het persoonlijke commando van de keizer; twee andere frontlegers onder Eugène de Beauharnais, de zoon van Joséphine, en Jérôme Bonaparte, jongste broer van Napoleon; twee aparte corpsen onder leiding van Jacques MacDonald en Karl Schwarzenberg (Oostenrijkse troepen) en een reserveleger. De Russische legers telden aanvankelijk ongeveer 400.000 man, bestaande uit het Eerste Westelijke Leger onder commando van generaal Barclay de Tolly, later vervangen door Koetoezov; het Tweede Westelijke Leger van het Westen onder leiding van generaal Bagration; en het Derde Westelijke Leger of Donauleger onder bevel van generaal Tormasov. Tot slot waren er twee reserve-eenheden.

De opmars naar Moskou duurde tweeënhalve maand met een voor Napoleon succesvolle veldslag bij Smolensk en een onbesliste slag bij Borodino, waar beide partijen verschrikkelijke verliezen leden. Toen hij Moskou binnenmarcheerde, bleek die nagenoeg helemaal verlaten. Napoleon zond vredesvoorstellen aan tsaar Alexander, maar die weigerde te onderhandelen. Er waren nauwelijks nog mensen en voorraden, en die laatste gingen nog verloren door een plotselinge, verwoestende brand. Napoleon bleef vijf weken in de stad, maar uiteindelijk zat er niets anders op dan terug te keren. De winter was in aantocht, de aanvoerlijnen waren veel te lang om het nog enorme leger lang te bevoorraden, terwijl die al uitgeput raakten. Het werd een barre terugtocht met als dieptepunt de dramatische overtocht van de half bevroren Berezina in november 1812. Die betekende Napoleons definitieve nederlaag.

De snel stromende rivier vol ijsschotsen kon niet zomaar worden overgestoken. Er moesten twee bruggen worden gebouwd door pontonniers, voor het grootste deel (400) Hollanders. Ze timmerden jukken, sleepten die het ijskoude water in en stelden ze op in de modderige rivierbodem. Doordat ze veel te dunne kleren hadden – vaak stonden ze zelfs halfnaakt in het water – was het niet mogelijk langer dan een kwartier in de rivier te werken. Daarna moesten de mannen zich bij grote vuren zien te warmen.

Velen werden bevangen door de kou en gleden in de snelstromende rivier hun dood tegemoet. De volgende dag naderden de Russen de plaats waar duizenden zich verdrongen bij de bruggenhoofden. Artillerie werd in stelling gebracht en vanaf een hoogte werd op de krioelende massa geschoten. Er brak paniek uit. Iedereen probeerde zo snel mogelijk over te steken. Velen vielen en werden onder de voet gelopen. Paarden struikelden en trapten wild om zich heen. Karren zakten weg. Links en rechts vielen mensen in het ijskoude water en verdronken. Duizenden bleven achter en werden door de Russen gedood of gevangengenomen. Inmiddels was het weer gaan vriezen. Een Russische generaal schreef dat zich op de Berezina ’s nachts een laagje ijs had gevormd waaronder zich de lijken aftekenden van massa’s mensen en dieren. Hij had nog nooit zo iets gruwelijks gezien, merkte hij later op. Duizenden levens waren door de Hollandse genietroepen gered, maar ook duizenden waren bij de overtocht omgekomen.

Van de 600.000 militairen die aan de veldtocht waren begonnen, staken er in december minder dan 100.000 levend de Nemen weer over. De rest was omgekomen in gevechten, maar vaker nog door bevriezing of honger. De verliezen aan Russische zijde waren vergelijkbaar met die van het Franse leger. Zo zijn tussen eind juni 1812 en eind februari 1813 waarschijnlijk een miljoen mensen gesneuveld.

Tsaar Alexander, die een steeds geloviger man werd, schreef de vernietiging van de Grande Armée puur toe aan de Voorzienigheid. Hij zette zich naast Koetoezov aan het hoofd van het leger en achtervolgde Napoleon richting het westen. De driedaagse ‘Volkerenslag’ bij Leipzig in oktober 1813 was voor Napoleon de nekslag, zodat hij zich moest terugtrekken achter de Rijn. Op 31 maart 1814 trokken de troepen van Alexander Parijs binnen. Hij stelde de keizer ruimhartig voor: ‘Laat hij de hand nemen die ik hem bied, laat hij verhuizen naar mijn grondgebied. Hij zal daar niet alleen genereus, maar ook hartelijk worden onthaald. Wij zouden de wereld een prachtig voorbeeld geven: ik door hem een toevluchtsoord te bieden, Napoleon door het aan te nemen.’ Napoleon accepteerde het aanbod van Alexander echter niet. Op 5 april deed hij afstand van de troon en op 11 april deed hij een mislukte zelfmoordpoging. Op 20 april vertrok Napoleon naar zin verbanningsoord Elba. In wat volgde toonde Alexander opnieuw zijn edelmoedige instelling door te zorgen voor verzachting van de straffen die de Europese mogendheden aan Frankrijk oplegden.

Alexander bleef dat voorjaar lang in Parijs. Hij ontmoette daar Joséphine de Beauharnais.

Horloge met miniatuur portret van Napoleon. Genève, Rusland, na 1812
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Alexander en Joséphine, haar kunstcollectie

Joséphines grote liefde was het landgoed Malmaison. Hier bracht ze de gelukkigste jaren van haar leven door, tot aan haar scheiding van Napoleon in 1809, maar bij de afhandeling stond hij haar toe het paleis als residentie te houden. Ze creëerde er haar huiselijke wereld die het tijdperk van het empire ademde, omgeven door weelderige tuinen met exotische bloemen, planten en dieren. Met haar verfijnde, exclusieve smaak voorzag Joséphine Malmaison van talloze schilderijen, sculpturen, meubels, oudheden, sieraden en andere toegepaste kunst. Bij haar dood telde de collectie schilderijen en tekeningen ruim 400 werken, van onder meer Potter, Metsu, Van der Werff, Rembrandt, Claude Lorrain, Luini (aangekocht als een Da Vinci), Schidone, David Teniers de Jongere, Terborch, Canova.

Veel kunstwerken schafte zij zelf aan, veel werd haar geschonken door Napoleon als oorlogstrofeeën uit de veroverde gebieden overal in Europa. Zo waren veel doeken in haar schilderijengalerij, haar trots in Malmaison, afkomstig uit de Gemäldegalerie van de landgraaf van Hessen-Kassel in Schloss Wilhelmshöhe. De meesterwerken van Rembrandt, Lorrain, Potter, Van der Werff, Teniers en Terborch kwamen hiervandaan. Men zegt dat de keizerin vooral gesteld was op de doeken van Lorrain, Potter en Teniers.

Ring met een monogram van Alexander I. Rusland, St.-Petersburg, begin 19de eeuw. Goud, zilver, diamant, email, Ø 3,5 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Na Napoleons verbanning naar Elba was Joséphine zeer bezorgd of de tsaar haar en haar kinderen zou toestaan hun positie en bezittingen te behouden. Toen Alexander in mei 1814 Joséphine in Malmaison bezocht, drukte zij een hem van de grootste wonderen van de antieke tijd in de handen: de Gonzaga Camee. Deze massieve camee (16 x 12 cm, 3de eeuw v.Chr.) is een uit sardonyx gesneden dubbelportret van de koning van Egypte, Ptolemaios II Philapelphos (reg. 285–246 v.Chr.) en zijn vrouw Arsinoë II. De camee was door een Franse soldaat meegenomen uit het Vaticaan, waar hij in bezit was van paus Pius VI. Zij hoopte Alexander hiermee gunstig te stemmen, maar dat bleek achteraf niet nodig. Hij stelde haar gerust en de twee werden goede vrienden. In de periode die volgde zagen zij elkaar een tijdlang veelvuldig, in de regel informeel. Ze bespraken allerlei persoonlijke en financiële zaken. Op een gegeven moment stelde Alexander zelfs voor dat ze naar Rusland verhuisde en beloofde haar daar een paleis ter beschikking te stellen. Op een van hun laatste ontmoetingen, op een koude avond eind mei 1814, maakten zij een wandeling in de tuin en Joséphine, dun gekleed zoals de mode voorschreef, vatte een kou. Vijf dagen later, op 29 mei, stierf zij aan een keelontsteking. Ze liet een schuld na van drie miljoen francs.

Alexander hield zijn belofte. Eugène en Hortense kregen aanzienlijke sommen geld toegewezen en behielden hun posities. Vlak na Joséphines dood kocht Alexander 38 schilderijen en vier beeldhouwwerken van Antonio Canova voor een bedrag van 940.000 francs en liet ze overbrengen naar St.-Petersburg. Iets later kocht hij in Amsterdam via een Engelse bankier vijftien Spaanse schilderijen voor 100.000 gulden, waaronder werken van Velázquez en Murillo.

Andere werken uit de collectie van Joséphine zouden via verschillende, opmerkelijke wegen in de Hermitage terechtkomen. In 1829 verwierf tsaar Nicolaas I dertig doeken van haar dochter Hortense. Het erfdeel van haar zoon Eugène omvatte een enorme collectie meubels, tapijten, zilver, bronswerk en porselein. Na de val van Napoleon en de dood van Joséphine vestigde hij zich in München en verwierf de titel van hertog van Leuchtenberg. Eugènes zoon Maximiliaan trouwde in 1839 met Maria Nikolajevna, dochter van tsaar Nicolaas I. De Leuchtenbergs vestigden zich met hun bezittingen in St.-Petersburg in het Mariinski Paleis, dat de tsaar speciaal voor het jonge echtpaar liet bouwen tegenover de majestueuze Isaak Kathedraal in aanbouw, en dat hij naar zijn dochter noemde. Vermoedelijk zijn alle voorwerpen uit de erfenis van Maximiliaan overgebracht naar dit paleis, maar daarna door vererving weer in verschillende herenhuizen terechtgekomen. Na de Russische revolutie van 1917 werden de bezittingen van de Leuchtenbergs in al die huizen in St.-Petersburg genationaliseerd. Veel kwam via een of meer omwegen uiteindelijk in de Hermitage terecht.

Joséphines nakomelingen in Europese vorstenhuizen

Joséphines dochter Hortense trouwde in 1802 met Lodewijk, de broer van Napoleon, en werd de eerste koningin van Nederland (van 1806 tot 1810). Háár zoon Charles-Louis-Napoléon was president van Frankrijk van 1848 tot 1852 en riep aansluitend zichzelf uit tot keizer Napoleon III. Als tweede en laatste keizer regeerde hij Frankrijk van 1852 tot 1870.

De dochter van Eugène de Beauharnais, Joséphine van Leuchtenberg, trouwde met de Zweedse kroonprins Oscar. Ze werden in 1844 koning Oscar I en koningin Joséphine van Zweden en Noorwegen. Hun kleindochter Louise trouwde met de Deense kroonprins Frederik. Vanaf 1912 was hij koning Frederik VIII van Denemarken en zij koningin. De huidige Deense koningin Margaretha én de huidige Noorse koning Harald stammen van haar af. Prinses Astrid van Zweden, een achterkleindochter van het echtpaar Oscar I en Joséphine, trouwde met prins Leopold van België. Vanaf 1934 waren zij koning (Leopold III) en koningin. De huidige Belgische koning Filip én de huidige groothertog van Luxemburg Hendrik zijn kleinzoons van koningin Astrid.

Antoine-Jean Gros, Napoleon Bonaparte op de brug bij Arcole, 1796–97. Olieverf op doek, 134 x 104 cm
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Bedankt

De Hermitage Amsterdam bedankt

Founder
Hoofdsponsors
Sponsor
Internetpartner
Strategiepartner
Security partner

Onze regenten, partners en fondsen.

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 27 april (Koningsdag) en 25 december (Eerste kerstdag)
Open op 1 januari 11-17 uur

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Foto Jelle Epskamp Photography

Heerlijk terras in de binnentuin

Geopend bij mooi weer

ANBI

De Hermitage Amsterdam is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Wij hoeven geen belasting te betalen over giften. Uw bedrag staat dus volledig tot onze beschikking. En giften aan een ANBI zijn vaak aftrekbaar voor de schenker.

Contact

Voor alle vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55
(tijdens kantoortijden)

Dus ook voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw, reserveringen van rondleidingen en zalen en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s.

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u een bericht sturen naar info@hermitage.nl

Catalogus

Bij de tentoonstelling 1917. Romanovs & Revolutie is een prachtige full colour catalogus verschenen. Deze is in zowel het Nederlands als in het Engels te verkrijgen.
Meer

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.