OpenOffice document MS Word document

Verzamelaars in St.-Petersburg

7 oktober 2006 – 11 maart 2007

Ieder land, iedere tijd kent de passies van verzamelaars. Bevlogen personen die op allerlei manieren unieke, vreemde, bijzondere en onverwachte verzamelingen aanleggen. Meestal voor het eigen kijkgenot en soms bij leven, of na hun dood ten gunste van het openbare kunstbezit. In St.-Petersburg wordt deze verzamelwoede onmiddellijk geassocieerd met Catharina de Grote. Haar immense verzameling vormt immers de ruggengraat van de huidige Hermitage. Maar naast de enorme verzameling van de tsaren waren er talrijke vermogende (adellijke) families die in de achttiende en negentiende eeuw hun eigen privé-collecties opbouwden in hun paleizen aan de Neva en de Moika. De Hermitage Amsterdam stelt vier schilderijenverzamelaars voor aan het Nederlandse publiek in de tentoonstelling ‘Verzamelaars in St.-Petersburg’ die van 7 oktober 2006 t/m 11 maart 2007 in de Hermitage Amsterdam te zien zal zijn. Deze vier collectioneurs hadden hun eigen voorkeuren voor kunststromingen, scholen en landen. Als adellijke en gefortuneerde inwoners van een grote Europese kosmopolitische stad als Sint–Petersburg speelden ze een belangrijke rol in de internationale kunsthandel van de negentiende eeuw. Het is inmiddels de zesde tentoonstelling sinds de opening in februari 2004 van de eerste fase van de Hermitage Amsterdam.

Toen Peter de Grote zijn stad stichtte in 1703, gaf hij de opdracht aan vermogende families om paleizen te bouwen in zijn nieuwe stad. Hoe meer lijfeigenen de familie had, hoe groter het paleis. Als snel verrezen de imposante paleizen van de Orlovs, de Sjoevalovs, de Sjermetevs, de Joesopovs en de Stroganoffs. Gaandeweg werden de paleizen ook gevuld met allerlei kunst. Tot die tijd bestonden er nauwelijks noemenswaardige collecties in Rusland. De aanwezige schilderijen en objecten dienden als aankleding van de verblijven van de tsaren. Het was Peter de Grote die in 1718 zijn Kunstkamera opende en exotica uit de hele wereld toonde, waaronder de beroemde zeventiende-eeuwse collectie anatomica van Frederik Ruysch uit Nederland. Peters dochter Elizabeth I zette het verzamelbeleid van haar vader voort en bij haar dood kende St.-Petersburg acht keizerlijke schilderijengalerijen, twee nationale galerijen en twaalf belangrijke privé-collecties. Vanaf 1762 breidde haar schoondochter Catharina de Grote de keizerlijke verzameling uit met honderdduizenden objecten afkomstig uit Europese verzamelingen. Door haar werd ook de Russische adel verder gestimuleerd om zich actief met het verzamelen van kunst bezig te houden. In de tweede helft van de achttiende eeuw telde de stad maar liefst vijftig belangrijke privé-collecties. Vele verzamelingen eindigen uiteindelijk in de collecties van de Hermitage. In Amsterdam wordt kennis gemaakt met vier van deze bijzondere individuele Petersburgse privé-verzamelaars, ieder met hun eigen verhaal en geschiedenis.

Nikolaj Borisovitsj Joesoepov (1751-1831)

De Joesopov familie is een van de bekendste adellijke families van Rusland. Hun roem is mede veroorzaakt door de latere betrokkenheid bij de moord op Raspoetin. Nikolaj Borisovitsj werd de eerste en grootste verzamelaar van de familie. Zijn verzameling was een direct resultaat van zijn reis door West-Europa en zijn verblijf als diplomaat in Italië. Hij gaf kunstopdrachten aan hedendaagse kunstenaars als Pompeo Batoni en Angelika Kaufmann. Zijn collectie breidde zich verder uit en het resultaat was een evenwichtige verzameling met veelal Franse kunst uit de achttiende eeuw. Een selectie van deze werken (Claude Joseph Vernet, Jean-Baptiste Greuze, Hubert Robert en François Boucher) is in Amsterdam te zien. In 1827 verscheen een catalogus van zijn hele collectie, ruim 500 schilderijen en bijna 300 beeldhouwwerken en andere kunstobjecten. Na de revolutie van 1917 vluchtte Felix Joesopov, een van de moordenaars van de beruchte Raspoetin, naar Parijs met het weinige dat hij mee kon nemen van de immense familieverzameling. Die verzameling bestaande uit ruim 45.000 objecten, werd in 1928 verdeeld over verschillende Russische musea. Het Joesopov paleis aan de Fontanka rivier in St.-Petersburg is tegenwoordig een museum en ademt nog steeds de grandeur uit van deze rijke familie, al zijn de wanden in de schilderijengalerijen bijna leeg.

Dimitri Tatisjtsjev (1767-1845)

Deze voormalige bugelspeler van de Keizerlijke Cavalerie maakte als snel carrière in de diplomatie, mede door zijn verwantschap met invloedrijke adellijke families. Hij vertegenwoordigde Rusland in Istanboel en Wenen. In die laatste stad verbleef hij twintig jaar en vulde zijn huis, in het paleis van de Prins van Liechtenstein, met vele kunstschatten. Zijn enorme verzamelwoede bracht hem vaak op de rand van de financiële afgrond maar de tsaren sprongen hem dikwijls bij. Want zij hadden er belang bij dat deze diplomaat beschikbaar bleef. In Amsterdam is zijn liefde voor de Spaanse en Italiaanse kunst tentoongesteld. Werken van onder meer Luis de Morales, Juan de Castillo, Murillo (omgeving) en een kopie van het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci.

Uit deze laatste werken blijkt hoe persoonlijk een verzameling samengesteld kon zijn en stukken kon bevatten die niet snel door een museum zouden worden aangekocht. Authenticiteit is wel vaker van ondergeschikt belang bij privé-verzamelaars. Contemporaine schilderkunst ontbrak nagenoeg in zijn verzameling. Hij overleed in Wenen in 1845, blind en berooid. Zijn collectie had hij vermaakt aan tsaar Nicolaas I. Van de 185 schilderijen uit die collectie gingen er 60 naar het Kremlin in Moskou, de rest kwam in de collectie van de Hermitage terecht.

Prins Aleksandr Michajlovitsj Gortsjakov (1798-1883)

Deze familie stamde af van de eerste tsaren en waren geparenteerd aan alle belangrijk adellijke families van Rusland. Aleksandr Gortsjakov was minister van Buitenlandse Zaken onder tsaar Aleksandr II die een groot deel van zijn buitenlandse succes aan hem te danken had. De grootste passie van de minister was de schilderkunst. Hij richtte zich vooral op de (goedkopere) ‘hedendaagse’ schilderkunst uit België en Nederland uit de negentiende eeuw. De Hermitage Amsterdam presenteert een selectie van schilderijen van deze vaak onbekende Belgische schilders (Eugène de Block, Theodore Fourmois, Nicaise de Keyser, Joseph Stevens, Louis Gallait en Florent Willems) .Voor de aankoop en verkoop van zijn schilderijen had hij contact met vele kunstenaars en handelaars in het buitenland. Zijn zoon en kleinzonen zetten de verzameltraditie voort. Zij verzamelden o.a. twee schilderijen van Canaletto die eerder in de Hermitage Amsterdam tijdens de tentoonstelling Venezia! te zien waren. Uiteindelijk confisqueerde het Sovjetregime in 1917 de hele verzameling en kwam deze collectie ook in de Hermitage terecht.

Graaf Nikolaj Aleksandrovitsj Koesjelev-Bezborodko(1834-1862)

Graaf Nikolaj was een waardige opvolger van een van zijn voorvaderen, de ‘onvervangbare’ secretaris van tsarina Catharina de Grote, Aleksandr Bezborodko. Nikolaj bouwde een prachtig paleis in St.-Petersburg en bracht een omvangrijke collectie bijeen die concurreerde met de belangrijkste verzamelingen in St.-Petersburg. Nikolaj kocht zijn eerste werk toen hij 15 jaar oud was en wijdde zich, na een korte carrière in het leger, geheel aan zijn schilderijenverzameling. Met name de toenmalige hedendaagse schilders uit de Franse Romantiek hadden zijn voorkeur. Op de tentoonstelling zijn werken te zien van Delacroix, Boulanger, Bouguereau, Vernet en Rousseau. Bij zijn overlijden in 1862 liet Nikolaj zijn 275 doeken na aan de Academie van Schone Kunsten zodat ze ‘een galerij vormen die permanent open staat voor artiesten en publiek’. Aan deze collectie werden later andere privé-collecties toegevoegd. De galerij werd druk bezocht en vormde voor de Russische schilders een bron van inspiratie, ‘ons venster op Europa’ zoals Repin in 1937 het museum omschreef. Later werd een groot deel van de collectie in de Hermitage onder gebracht.

Voor meer informatie:

HERMITAGE AMSTERDAM

Communicatie, Educatie & Marketing
Martijn van Schieveen en Kim van Niftrik
Postbus 11675
1001 GR Amsterdam

T020 530 87 55
Epressoffice@hermitage.nl

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 26 april en 25 december 2014

© State Hermitage Museum, St Petersburg

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Contact

Voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV programma’s:
+31 (0)20 530 87 55

Voor alle overige vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55

Voor reserveringen van rondleidingen en zalen:
0900-HERMITAGE (0900-437648243) lokaal tarief

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u contact opnemen met reservations@guideid.com

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.