Achtergrondverhaal
1917. Romanovs & Revolutie

St.-Petersburg anno 1900

Het St.-Petersburg dat Peter de Grote voor ogen had toen hij de stad in 1703 stichtte, was in 1900 een feit: bruisend, bloeiend, luxueus, alles was verkrijgbaar. Veel buitenlanders hadden er een handel, zoals naaimachinefabrikant Singer. De stad was uiterlijk net zo Europees als Berlijn, Wenen, Londen en Parijs. Het cultuurbeleid van Catharina de Grote in de achttiende eeuw had St.-Petersburg tot een stad gemaakt waar Europese kunstenaars naartoe trokken en bijdroegen aan het stadsleven. Hun werken, vaak in opdracht van de tsarendynastie en haar entourage, sierden in- en exterieurs in de stad. In de negentiende eeuw kwamen nieuwe kunststromingen op, die leidden tot een Zilveren Eeuw (de Gouden was midden negentiende eeuw, de tijd van de grote Russische schrijvers) in de eerste twee decennia van de twintigste eeuw. Overal waren privémusea gesticht die op gezette tijden toegankelijk waren voor publiek. De rijke adel bezat bovendien huizen in het buitenland, waardoor zij op de hoogte bleven van de laatste Europese trends en die meenamen naar hun geboortestad. In de negentiende eeuw was, net als in de rest van Europa, een grote burgerklasse opgekomen, die zich net als de adel wilde laven aan de rijkdom in de stad. Zo bevond zich aan de Nevski Prospekt – tegenover het beroemde warenhuis Gostiny Dvor – de Passage, die de prachtigste waar aanbood: van de laatste mode van Charles Poiret of het Engelse modehuis Worth tot de fraaiste kostbaarheden van beroemde juweliers als Carl Fabergé. Die rijkdom stond in schrijnende tegenstelling met het leven van de grote massa, de boeren, kleine burgers en de arbeiders van de fabrieken. Het was een vruchtbare voedingsbodem voor sociale onrust en straatprotesten. De tsaar had moeite om die het hoofd te bieden. Voor en tijdens zijn regering maakte Nicolaas II een aantal cruciale misstappen, die bij elkaar opgeteld een omwenteling onafwendbaar zouden maken.

Nicolaas en Alexandra

Troonopvolger Nikolaj Aleksandrovitsj en Alix van Hessen-Darmstadt ontmoetten elkaar in 1884 tijdens de bruiloft van haar oudere zus Elisabeth en zijn oom Sergej. Hij was zestien, zij twaalf jaar oud. Deze ontmoeting legde de basis voor een diepe wederzijdse verliefdheid die tien jaar later leidde tot hun huwelijk. Het was niet onomstreden: zowel de ouders van Nicolaas als Alix’ grootmoeder, de Engelse koningin Victoria, waren ertegen. Maar toen tsaar Alexander III ziek werd en snel achteruitging, drukte hij het huwelijk erdoor. Alexander stierf op 20 oktober 1894 (volgens de Russische kalender, in de West-Europese kalender was dit 1 november). Nicolaas volgde conform protocol zijn vader direct op. Op 14 (26) november trouwde hij met Alix, die vanaf toen de Russische naam Alexandra Fjodorovna droeg.
Nicolaas moest de troon bestijgen terwijl hij er emotioneel en politiek niet op was voorbereid. Hij zei direct na de dood van zijn vader dat hij ‘niet wist wat er zou gebeuren’, dat hij ‘helemaal niet geschikt was om tsaar te zijn’. Hij zette de autocratische stijl van zijn vader voort zonder daar diens charisma aan te kunnen koppelen. Politieke innovatie hield hij hardnekkig tegen. Nicolaas was conservatief en geloofde vurig in zijn rol als Gods vertegenwoordiger. Hij bleef doof voor de aanzwellende roep om politieke verandering.
Nicolaas was van nature een zachtaardig mens met een afkeer voor zijn verplichtingen als monarch. Hij gaf de voorkeur aan het gezinsleven, zozeer dat hij het hof verhuisde van het Winterpaleis in het stadshart naar het Alexander Paleis buiten St.-Petersburg. Zijn moeder tsarina-weduwe Maria Fjodorovna steunde hem in zijn vroege jaren, maar benadrukte ook dat hij als autocraat moest regeren. Hoewel een zeer elegante en hoogst intelligente vrouw, had ze ook rotsvaste ideeën en mogelijk te veel invloed op haar zoon, die nauwelijks wist hoe te regeren.

Laurits Tuxen, De huwelijksinzegening van tsaar Nicolaas II en tsarina Alexandra Fjodorovna, olieverf op doek, 1895
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Alexandra stond bekend om haar schoonheid, maar ook om haar afstandelijkheid en afkeer van het mondaine leven. Zij zag haar rol als die van moreel kompas voor haar man en wees hem, net als haar schoonmoeder, voortdurend op zijn verheven, ongenaakbare positie in het rijk. Alexandra was bepaald geen zonnige persoonlijkheid. Haar kinderen noemden in hun dagboeken haar chagrijnige buien. Ze kregen eerst vier dochters: Olga in 1895, Tatjana in 1897, Maria in 1899 en Anastasia in 1901. In 1904 kwam eindelijk een zoon, Aleksej. Dit was voor het echtpaar essentieel, want alleen mannen konden volgens de wet de troon bezetten. Maar de blijdschap sloeg algauw om in paniek, omdat Aleksej leed aan hemofilie, een ziekte die in de familie van Victoria ruim aanwezig was. Het hemofilie-gen wordt door vrouwen overgedragen, maar kan juist mannelijke erfgenamen treffen. Ze worden dan opgezadeld met de ziekte waarbij het bloed niet vanzelf stolt bij een bloeding. Tegenwoordig is de ziekte behandelbaar (zij het niet geneesbaar), rond 1900 was elke bloeding levensbedreigend. Nicolaas en Alexandra hadden hun hart gevolgd in de wetenschap dat dit kon gebeuren. Uiteraard bleek de gezondheid van de jonge tsarevitsj uiterst fragiel. In 1907 nodigde de wanhopige Alexandra de gebedsgenezer Grigori Raspoetin voor het eerst uit na een val van Aleksej die heftige bloedingen uitlokte. In de jaren daarna werd hij een persoonlijke vriend die door het tsarenpaar ook wel zo werd aangesproken, of zelfs als ‘Heilige Man’. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg Nicolaas II briefjes van hem toegezonden die de tsaar interpreteerde als orakelspreuken, met alle gevolgen van dien.

Grigori Raspoetin met tsarina Alexandra en haar vijf kinderen en zittend rechts gouvernante Maria Visjnjakova. 1910, fotograaf onbekend
© GARF, State Archive of the Russian Federation

Kroning 1896

De overhaaste troonsbestijging betekende dat de traditionele kroning van de tsaar in Moskou, die veel voorbereiding vroeg, pas na anderhalf jaar plaatsvond. De festiviteiten zouden duren van 6 tot en met 26 mei (18 mei t/m 7 juni) 1896. Nicolaas’ oom Sergej Aleksandrovitsj, de man van Alexandra’s zuster Elisabeth (Jelizaveta Fjodorovna), was belast met de organisatie. Het middeleeuwse Kremlin speelde een centrale rol. In de Oespenski Kathedraal waren vrijwel alle tsaren en tsarina’s gekroond vanaf Ivan de Verschrikkelijke (1547). Uit Europa en het Oosten kwamen een koningin, drie groothertogen, twee regerend vorsten, twaalf kroonprinsen, zestien prinsen en prinsessen, afgezien van de talrijke Romanovs. Voor het eerst werd film ingezet om een en ander vast te leggen.
In de middag van 9 (21) mei ging de plechtige intocht van start: Nicolaas te paard, zijn moeder Maria Fjodorovna zat alleen in de eerste gouden koets, Alexandra in de tweede, ook alleen. De stoet reed van het Peter Paleis even buiten de stad naar het Kremlin. Daar verbleven tsaar en tsarina vijf dagen tot de daadwerkelijke kroning.
Tijdens de dienst in de Oespenski Kathedraal gleed de ketting van de Sint-Andreasorde van Nicolaas’ schouders. De aanwezigen zagen dit als een slecht voorteken. Op 18 (30) mei stond een groot volksfeest gepland op het Chodynka-veld. Talloze kroningsgeschenken zouden worden uitgedeeld onder de bevolking. Normaliter diende het veld als oefenplaats voor het leger; de loopgraven en kuilen waren provisorisch dichtgemaakt. In de vroege ochtend, er hadden zich inmiddels 500.000 mensen op het veld verzameld, begon het gerucht rond te zingen dat er te weinig cadeaus voor iedereen waren. Toen de piramides met de bekers erop verschenen, stortte de massa zich op de cadeaus ‘alsof zij achtervolgd werden door vuur’, aldus een ooggetuige. Duizenden mensen vielen en werden vertrapt. Officiële cijfers melden 2690 slachtoffers, waaronder 1389 doden. Het waren er waarschijnlijk veel meer. Nicolaas en Alexandra bezochten dezelfde dag gewonden in ziekenhuizen, maar lieten zich door Sergej Aleksandrovitsj overtuigen alle festiviteiten te laten doorgaan. Het was niet bevorderlijk voor de populariteit van de tsaar, maar nog minder voor die van zijn oom, die in de volksmond ‘Vorst van Chodynka’ ging heten.

Ilja Repin, Portret van tsaar Nicolaas II, 1895, olieverf op doek
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Winterpaleis

In het begin van Nicolaas’ regering woonden hij en Alexandra beurtelings in het Winterpaleis in St.-Petersburg en in het Alexander Paleis in Tsarskoje Selo, even buiten de stad. Ze gaven steeds vaker de voorkeur aan het laatste; het Winterpaleis werd meer en meer een staats- en werkpaleis. Een klein deel was verbouwd voor het gezin. Zo was een vertrek omgevormd tot bibliotheek in gotische stijl als werkkamer voor Nicolaas, en waren de privévertrekken van het gezin onder leiding van Alexandra verbouwd in de moderne art nouveau-stijl. Alexandra had ook een tuin laten aanleggen zodat mensen van buitenaf niet zomaar in de keizerlijke appartementen konden kijken. Deze tuin is er nog steeds, tussen Winterpaleis en Admiraliteit. Het tsarenpaar organiseerde nauwelijks grote bals en dat stoorde de adel enorm. Dit was de manier om te netwerken en elkaar te ontmoeten. Maar de tsarina minachtte en wantrouwde de Petersburgse adel: ‘St.-Petersburg is een verrotte stad en niet één atoom is Russisch.’
Vanaf 1905, na de geboorte van Aleksej, een mislukte aanslag op de tsaar in Japan en Bloedige Zondag (zie onder), waardoor Nicolaas steeds vaker bang werd voor aanslagen, woonde het gezin permanent in het Alexander Paleis, maar verplaatste zich voortdurend: in maart naar Livadia op de Krim, in mei naar Peterhof in een villa naast het grote paleis, juni werd doorgebracht op het keizerlijke jacht de Sjtandart, in augustus ging het gezin naar zijn jachthuis in Spala, Polen en in september keerde het gezin terug naar Livadia, alvorens voor de winter zich weer te nestelen in Tsarskoje Selo.

Tsaar Nicolaas II en tsarevitsj Aleksej, ca. 1910
© GARF, The State Archive of the Russian Federation, Moscow

1905

De politieke en sociale onrust onder arbeiders, boeren en etnische minderheden werd, aangewakkerd door revolutionaire activiteiten in de steden, steeds groter. Rusland leed grote verliezen in een oorlog met Japan, wat leidde tot economische neergang en tekorten. Op zondag 9 (22) januari 1905 probeerden ongewapende demonstranten onder leiding van de geestelijke Georgi Gapon een petitie aan Nicolaas II aan te bieden in het Winterpaleis. De tsaar was niet in de stad uit angst voor rellen. De paleiswacht voelde zich door de grote menigte bedreigd en opende het vuur. Vele mensen kwamen om. Officiële bronnen spraken van 130 doden en 299 gewonden, Lenin sprak later van duizenden, journalisten van 4.600 slachtoffers. Nicolaas noemde de dag ‘pijnlijk en triest’. Deze gebeurtenis, Bloedige Zondag, veroorzaakte een keten van grote stakingen, opstanden, waarvan het neerslaan weer duizenden slachtoffers maakte. In het leger en de marine namen muiterijen en desertie hand over hand toe. Al sinds 1902 was sprake van een golf van terroristische aanslagen, die de jaren daarna duizenden politieagenten, legerofficieren, ambtenaren, geestelijken (zoals vader Gapon), ministers (onder wie de befaamde Sergej Witte en premier Pjotr Stolypin) en gouverneurs fataal werden. In februari 1905 werd ‘Vorst van Chodynka’ Sergej Alexandrovitsj vermoord. Deze revolutionaire sfeer noodzaakte Nicolaas herhaaldelijk om hervormingsmaatregelen te beloven, zoals instelling van een Grondwet en van een volksvertegenwoordiging, de Doema. Maar al vanaf de eerste bijeenkomst in 1906 was dit parlement vleugellam, omdat Nicolaas stelselmatig de activiteiten ervan dwarsboomde en echte concessies afwees. Om ontluikende politieke tegenstand te voorkomen gebruikte de tsaar herhaaldelijk zijn recht tot ontbinding van de Doema. De vierde en laatste Doema bestond tot de Oktoberrevolutie van 1917, maar had weinig om het lijf. Tot een grondwet is het nooit gekomen.

Demonstrators gather in front of the Winter Palace in Petrograd, formerly St Petersburg and later re-named Leningrad, during the Russian Revolution. (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

Russische deelname aan de Eerste Wereldoorlog

In 1914 stapte het Russische Rijk de Eerste Wereldoorlog in als antwoord op de oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan de Russische bondgenoot Servië. Rusland was een van de geallieerden en vocht op verschillende fronten tegen de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en iets later het Ottomaanse Rijk). Vlak na het uitbreken van de oorlog werd Sankt-Peterburg omgedoopt tot Petrograd, omdat de naam te Duits klonk.
Na aanvankelijke successen verliep de oorlog vanaf 1916 steeds slechter voor Rusland. De Russische wapenindustrie had de capaciteit niet om genoeg wapens, munitie en zelfs schoeisel te leveren. Doordat de regering veel geld liet bijdrukken, verachtvoudigde de geldhoeveelheid met als gevolg enorme inflatie. Grote delen van de infrastructuur werden alleen gebruikt voor militaire transporten, waardoor veel voedsel op het platteland achterbleef en wegrotte. Ondervoeding leidde tot nog meer sociale onrust. Het vertrouwen in Nicolaas bereikte een dieptepunt.
In een poging om zijn imago te verbeteren had Nicolaas in de zomer van 1915 zelf besloten opperbevelhebber van het leger te worden. Terwijl het leger aan het front grote verliezen leed (begin 1917 waren er al zes miljoen Russische slachtoffers te betreuren) hadden de impopulaire Alexandra en, nog erger, Raspoetin de macht in Rusland in handen. De wildste geruchten deden de ronde over de tsaar en de keizerin, die met Raspoetin voor Duitsland zou spioneren.

Kaart van de oorlogshandelingen van 1914, uitgave van het tijdschrift De Nieuwe Lachspiegel, Moskou
© State Hermitage Museum, St Petersburg

De revoluties van 1917

Op 8 maart 1917 (23 februari op de Russische kalender) begon de Februarirevolutie in Rusland. Het was Internationale Vrouwendag. Vrouwen demonstreerden in het stadscentrum voor gelijke rechten. (In Nederland was dat gebeurd op 18 oktober 1916.) Ook elders in de stad kwamen demonstraties, later ook van mannen. Aan het einde van de middag deden ongeveer 100.000 mensen mee met de demonstratie in het centrum. De volgende dag gingen 150.000 mensen de straat op en weer een dag later lagen alle grote fabrieken plat. Ongeveer 200.000 mensen sloten zich aan bij de staking en demonstraties. Demonstranten en politieagenten raakten slaags. Nicolaas, nog aan het front, gaf opdracht het leger in te zetten tegen de demonstranten. Maar een groot deel van de soldaten liep over naar de opstandelingen en het bevel van de tsaar werd niet opgevolgd. Drie dagen later meldde de Doemavoorzitter, Michail Rodzjanko, dat de hoofdstad in een ‘staat van anarchie’ verkeerde. Nicolaas geloofde hem niet en klaagde dat ‘die dikke Rodzjanko alweer een hoop onzin’ had geschreven.
Toch besloot Nicolaas dat het nu beter was terug te keren naar Petrograd. Maar het was al te laat. Vrijwel alle soldaten hadden zich aangesloten bij de revolutie en de trein met de tsaar werd tegengehouden. Nicolaas zag het hopeloze van de situatie in en deed de volgende dag, nog in de trein, afstand van de troon. Hij bood die aan zijn broer Michail aan. Deze weigerde, een vrouwelijke opvolging was niet mogelijk, dus Rusland zat nu zonder tsaar. Nicolaas werd verbannen naar Tsarskoje Selo.
Er werd een Voorlopige Regering ingesteld, die na een paar maanden onder leiding kwam van de liberaal-socialist Aleksandr Kerenski. Hij hield kantoor in de voormalige werkkamer van Nicolaas, de gotische bibliotheek in het Winterpaleis. De maanden tussen maart en oktober kenmerkten zich door economische crises, nieuwe opstanden, rivaliteit tussen de bolsjewieken en de rest van de politieke partijen en de voortdurende oorlog tegen Duitsland, die Kerenski niet wilde beëindigen. De aanvankelijke blijdschap en opluchting onder de Russische bevolking sloeg om in nieuwe ontevredenheid. De uiterst fanatieke bolsjewieken onder leiding van Vladimir Iljitsj Lenin grepen deze onrust aan om de macht te grijpen en een volgende revolutie te ontketenen.

Inpakken van schilderijen voor evacuatie uit een van de Italiaanse Kabinetten van de Hermitage. 1917, Aleksej Popovski
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Lenin en de Aprilstellingen

Lenin had al jaren in ballingschap in het neutrale Zwitserland geleefd. Hij kon in 1917 weer in Rusland binnenkomen met hulp van de Duitse regering, de vijand van Rusland die hoopte dat Rusland zo verzwakt raakte. Hij kwam op 3 (16) april aan en hield vanaf een pantserwagen een fanatieke speech voor de verzamelde socialisten die hem verwelkomden. Enkele dagen erna publiceerde Lenin zijn Aprilstellingen, die in het kort neerkwamen op: alle grond aan de boeren, alle macht aan de sovjets (arbeidersraden), alle fabrieken aan de arbeiders en vrede met Duitsland. Dit plan mislukte aanvankelijk en hij moest in juli opnieuw uitwijken, naar Finland. In september probeerde een Russische generaal een staatsgreep te plegen en Kerenski riep de hulp van de sovjet van Petrograd in, die ook bolsjewieken inschakelde. Lenin kon terugkeren en de bolsjewieken kregen wapens in handen, letterlijk en figuurlijk. Ze zouden de wapens niet meer afgeven.
Op de avond van 24 oktober (6 november) zetten de bolsjewieken op strategische plaatsen in Petrograd wegversperringen op. In de vroege ochtend van 25 oktober hadden ze de treinstations, telefooncentrale, elektriciteitscentrale en telegraafkantoren bezet. De Voorlopige Regering zat verschanst in het Winterpaleis. Om tien over half tien ’s avonds schoot de kruiser Aurora aan de overkant van de Neva enkele losse flodders af, als teken voor de bolsjewieken om het Winterpaleis binnen te vallen. Om tien over twee ’s nachts kwamen de bolsjewistische bestormers van het Winterpaleis de ministerraadkamer binnen, waar ze alle ministers arresteerden uitgezonderd Kerenski, die juist weg was gegaan om versterking te halen. De Voorlopige Regering werd zonder bloedvergieten verdreven en de bolsjewieken kwamen met Lenin en Trotski aan de macht. De veranderingen die Lenin in de Aprilstellingen had geëist, voerde hij door. Voor Rusland begon het communistische tijdperk.
Op 27 oktober (9 november) sloten de bolsjewieken de kranten van de oppositiepartijen en werden redacteurs gearresteerd. Twee dagen later stelde de vakbond voor het spoorwegpersoneel een ultimatum aan de bolsjewieken, waarin stond dat zij gesprekken moesten beginnen met de sociaal-revolutionairen en mensjewieken om gezamenlijk een coalitieregering te vormen. Honderden soldatenvergaderingen, fabrieken en garnizoenen stuurden petities om deze eis te ondersteunen. De vakbond dreigde om het gehele treinverkeer stil te leggen als de bolsjewieken niet aan deze eis voldeden. De gesprekken werden op 6 (19) november afgebroken, toen ondanks zeer beperkte tegemoetkomingen de vakbond een akkoord sloot met de bolsjewieken. Dit kan worden beschouwd als de laatste hindernis die Lenin overwon om de totale macht in handen te krijgen.

Petrograd, 1920, De mensenmassa is in 1924 toegevoegd door een fotoredactie, die vond dat op de originele foto (van Viktor Bulla uit 1920) te weinig mensen op het plein stonden. De combinatiefoto kreeg een valse datering: 1917.
© State Hermitage Museum, St Petersburg

De laatste maanden

Het keizerlijke gezin was op 1 (14) augustus ondergebracht in het gouverneurshuis in het Siberische Tobolsk, 2.800 kilometer van Petrograd. Zij leefden daar in de winter van 1917–18 in relatieve rust, al mochten ze het landgoed niet verlaten. Ze brachten de tijd door met elkaar, zoals zij al jaren gewend waren. Ze lazen en speelden toneel. De vrouwen hielden zich bezig met handwerk en hielden hun dagboek bij. Nicolaas was veel buiten, houthakken was zijn favoriete bezigheid, met de kwetsbare Aleksej steeds in zijn buurt. Onwetend van de chaotische tijd na de Oktoberrevolutie en de burgeroorlog waarop die begon uit te lopen, knapte Nicolaas op. Na de slopende jaren sinds 1905, de Eerste Wereldoorlog en de revolutie, was de bevrijding van staatszaken – ook in verbanning – duidelijk een opluchting.
Vanwege het oprukken van antibolsjewistische eenheden werd het gezin eind april 1918 verplaatst naar Jekaterinenburg, een zeer pro-bolsjewistische stad. Zij werden daar ondergebracht in het geconfisqueerde huis van militair ingenieur Nikolaj Ipatjev. Het was aanzienlijk kleiner dan het onderkomen in Tobolsk en had maar een kleine tuin met een inderhaast opgezette hoge schutting. De ramen waren dichtgekit en witgeschilderd, het gezin mocht tweemaal per dag een half uur luchten in de tuin. De gezondheid van Aleksej en Alexandra ging achteruit, de verveling was enorm en de sfeer in het snikhete, bedompte huis werd steeds slechter.
Veel andere leden van de Romanov-familie waren inmiddels ook gevangen gezet in de Oeral en ook in Petrograd. In juni werd Nicolaas’ broer Michail in Perm geëxecuteerd. Omdat de antibolsjewistische Witten, de tegenstanders van de bolsjewieken, Jekaterinenburg dreigden in te nemen, nam de regionale sovjet van de Oeral het besluit om de familie te elimineren. In de nacht van 17 op 18 juli 1918 werden Nicolaas, Alexandra, Olga, Tatjana, Maria, Anastasia en Aleksej bijeengedreven in de kelder van het huis en door een vuurpeloton onder leiding van Jakov Joerovski omgebracht. Het moet een gruwelijk tafereel geweest zijn doordat de vrouwen niet direct stierven; de in hun jurken genaaide juwelen zouden de kogels aanvankelijk hebben tegengehouden.
De lichamen werden op een geheime plek in de bossen buiten Jekaterinenburg begraven. In de jaren daarna werden alle leden van het huis Romanov die niet hadden kunnen vluchten in de Oeral (Alapajevsk) en Petrograd (Peter en Paul Vesting) geëxecuteerd.

Tsaar Nicolaas II en tsarina Alexandra Fjodorovna met hun tweede dochter grootvorstin Tatjana. 1897, A. Smirnov
© GARF, The State Archive of the Russian Federation, Moscow

In 1976, een jaar voordat Boris Jeltsin – toen leider van de communistische partij van Sverdlovsk (de Sovjetnaam van Jekaterinenburg) – de opdracht kreeg het Ipatjev-huis te slopen, werden door de geoloog Aleksandr Avdonin in het bos nabij een plaats genaamd Ganina Jama de overblijfselen van de Romanovs gevonden. Hij hield die plek geheim totdat de Sovjet-Unie in 1991 uiteen viel. In dat jaar werden de restanten opgegraven en geïdentificeerd. Twee leden van het gezin werden niet gevonden. Dat gebeurde pas in 2007, toen de 46-jarige bouwvakker Sergej Plotnikov, lid van een team dat al jaren naar de twee nog niet gevonden Romanovs op zoek was, niet ver van de begraafplaats een kuil ontdekte onder een bedekking met brandnetels. Hij vond er de overblijfselen van een jongen tussen 10 en 13 jaar en een jonge vrouw tussen 18 en 23. Het bleek te gaan om tsarevitsj Aleksej en grootvorstin Maria. Behalve de laatste twee zijn alle overige gezinsleden inmiddels herbegraven in de Peter en Paul Kathedraal in St.-Petersburg. Het hele gezin is heiligverklaard.

Collectie

De tentoonstelling bevat enkele honderden objecten afkomstig uit de collectie van de Hermitage in St Petersburg, zoals kostuums van Nicolaas en Alexandra en hun vijf kinderen, schilderijen, foto’s, prenten, tekeningen (waaronder kindertekeningen van alle kinderen), beeldhouwwerken en toegepaste kunst. Daaronder zijn ook talrijke voorwerpen die onlangs in de collectie herontdekt, zoals Sovjet-versieringen van het exterieur van het Winterpaleis, een exemplaar van Marx’ Das Kapital uit de collectie Stroganov en portretten van Raspoetin. Te zien zijn ook objecten van nationaal historisch belang, afkomstig uit de collectie van het Staatshistorisch Archief in Moskou en het Artilleriemuseum in St.-Petersburg, zoals de Akte van Abdicatie (facsimile) van Nicolaas, historische telegrammen, archiefstukken en wapens.

Tsar Nicholas II and his family, from left to right: Olga, Maria, Nicholas, Alexandra, Anastasia, Alexey and Tatyana. 1914, Boissinas & Eggler
© GARF, State Archive of the Russian Federation

Bedankt

De Hermitage Amsterdam bedankt

Founder
Hoofdsponsors
Sponsor
Internetpartner
Strategiepartner
Security partner

Onze regenten, partners en fondsen.

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 27 april (Koningsdag) en 25 december (Eerste kerstdag)
Open op 1 januari 11-17 uur

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Foto Jelle Epskamp Photography

Heerlijk terras in de binnentuin

Geopend bij mooi weer

ANBI

De Hermitage Amsterdam is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Wij hoeven geen belasting te betalen over giften. Uw bedrag staat dus volledig tot onze beschikking. En giften aan een ANBI zijn vaak aftrekbaar voor de schenker.

Contact

Voor alle vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55
(tijdens kantoortijden)

Dus ook voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw, reserveringen van rondleidingen en zalen en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s.

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u een bericht sturen naar info@hermitage.nl

Catalogus

Bij de tentoonstelling 1917. Romanovs & Revolutie is een prachtige full colour catalogus verschenen. Deze is in zowel het Nederlands als in het Engels te verkrijgen.
Meer

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.