Op zoek naar het terloopse

De sensatie van het impressionisme

Verlengd tot en met 27 januari!

Het duurde twee jaar maar toen stond er een grandioos wereldwonder van ijzer en staal in Parijs: de Eiffeltoren. Gebouwd tussen 1887 en 1889. Nieuwe technologieën en constructies maakten deze manier van bouwen mogelijk. De vooruitgang ging snel in de negentiende eeuw. De fotografie kwam op, de elektromotor was uitgevonden en de telefoon rinkelde voor het eerst. In heel Europa werden spoorwegen aangelegd en op straat zagen mensen tot hun verbazing hun stad in een klap verlicht door elektrische straatlantaarns.

Eugène Delacroix (1798–1863), Leeuwenjacht in Marokko [Chasse aux lions au Maroc], 1854. Olieverf op doek, 74 x 92 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

In Frankrijk maakte ook de beeldende kunst spectaculaire ontwikkelingen door, al ging het er aanvankelijk rustiger aan toe. Naast de romantische school (onder meer Eugène Delacroix,) vierden het (neo)classicisme (Jean-Léon Gérôme en Jean-Paul Laurens) en realisme (Jean-Baptiste Corot, Jean François Millet) hoogtij. De academisch geschoolde kunstenaars schilderden alles precies zoals ze het zich in hun fantasie voorstelden. Mythologische verhalen, Bijbelse en historische gebeurtenissen waren de gangbare onderwerpen die hoog in aanzien stonden. Wie zijn naam wilde vestigen, probeerde zijn werk in de Salon te exposeren. De kunstenaar moest dan wel officieel worden toegelaten door de jury, de leden van de Académie des Beaux-Arts. De selectie was streng – zij bepaalde wat mooi was. Vrije geesten waren niet welkom. De jury kon carrières maken en breken.

Jean-Léon Gérôme (1824–1904), Verkoop van een slavin in Rome [Vente d’une esclave à Rome], 1884. Olieverf op doek, 92 х 74 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

Édouard Manet had al eens ruzie met de Salonjury. Een aantal van zijn schilderijen zou niet aan haar eisen voldoen. Het gemor onder de jonge kunstenaars klonk steeds luider. Toen in 1863 meer dan de helft van de ingezonden kunstwerken werd geweigerd, escaleerde de situatie. Keizer Napoleon III moest tussenbeide komen als bemiddelaar. Het resultaat: de Salon des Refusés. De Salon der Geweigerden. Maar niet alle afgewezen kunstenaars stonden daar voor in de rij. Als verstotene bekend staan, deed je loopbaan geen goed.

Manet exposeerde er wel, en veroorzaakte met zijn Déjeuner sur l’herbe (dat tegenwoordig in het Musée d’Orsay in Parijs hangt) subiet een rel. Zomaar een naakte dame – niet eens een Griekse godin – die met twee netjes in het pak gestoken mannen in een alledaags picknickpark zit. Geschilderd in talloze heldere kleurvlekjes. Men sprak er schande van. Maar deze Salon des Refusés werd in de Parijse kunstwereld wel een broedplaats voor een nieuwe, ambitieuze groep schilders.

Pierre-Auguste Renoir (1841–1919), Hoofd van een vrouw [Tête de femme], ca. 1876. Olieverf op doek, 38,5 x 36 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

Vluchtige impressies

In 1874 lieten die jonge honden voor het eerst gezamenlijk van zich horen. Edgar Degas en Pierre-Auguste Renoir (die zijn loopbaan ooit begon met het beschilderen van porseleinen theekopjes) hadden in de studio van fotograaf Paul Nadar een expositie georganiseerd. Maar liefst 31 schilders deden mee. Claude Monet en diens leermeester Eugène Boudin. Paul Cézanne stuurde zijn Huis van de opgehangen man in. Alfred Sisley was er met een landschap en Camille Pissarro met zijn tuinen in Pontoise. Andere exposanten waren onder anderen Berthe Morisot, de enige vrouw, en Georges Seurat. Degas hoopte, zo schreef hij in een brief, ‘dat ze er een paar duizend mensen mee wakker zouden schudden’.

Alfred Sisley (1839–1899), Rivieroever bij Saint-Mammès [Berges de la rivière à Saint-Mammès], 1884. Olieverf op doek, 50 x 65 cm© State Hermitage Museum, St Petersburg

In die opzet slaagden zij glorieus. Maar de reacties van de critici waren niet mals. De journalist Louis Leroy schreef een smalend stuk in de krant over wat hij had gezien. Vooral voor het doek Impression, soleil levant van Monet (1872) had hij geen goed woord over. ‘Behangpapier in zijn eerste, ruwe fase is meer af dan dit zeegezicht,’ zo oordeelde hij. Duidelijke taal. In een beweging door noemde hij Monet en de rest een stelletje ‘impressionisten’. Een benaming die zij al snel als geuzennaam gingen voeren. Zij zagen Manet als hun grote voorbeeld, al weigerde hijzelf zijn werk impressionistisch te noemen.

De meeste bezoekers verlieten gechoqueerd de expositie. Ze begrepen niets van de stijl van deze schilders. De impressionisten hadden een schandaal teweeggebracht. Niet het afgebeelde onderwerp zelf was belangrijk maar de vluchtige impressie van dat onderwerp. Geschilderd in heldere kleuren die in korte, vlotte toetsen naast elkaar werden gezet. De weergave van het natuurlijke licht speelde daarbij een grote rol.

Claude Monet (1840–1926), Hoekje in een tuin in Montgeron [Un coin de jardin à Montgeron], 1876. Olieverf op doek, 175 x 194 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

De impressionisten werkten in tegenstelling tot de Salonkunstenaars niet in bedompte ateliers, maar gingen in de openlucht schilderen. Net als de Barbizon-schilders (die met hun naar de natuur geschilderde landschappen – in groen en bruin – net zo min toegang kregen tot de Salon). En plein-air schilderen was inmiddels makkelijker geworden. Verf was kant-en-klaar verkrijgbaar in tubes en de doeken geprepareerd en opgespannen te koop.

Nieuwe kijk op de wereld

De impressionisten stapten ook over op andere onderwerpen. Voor hen geen Leeuwenjacht (1854) à la Delacroix of Boerin die op haar koe past bij een bos (1865–1870) zoals bij realist Corot. Wat zij schilderden waren alledaagse taferelen uit de kringen van een nieuwe bourgeoisie, die tijdens de industriële revolutie was ontstaan: roeitochten, uitstapjes naar de kust, wandelen langs de Seine, flaneren langs de boulevard, uitgaan in het nachtleven van Parijs. Daarnaast was de steeds wisselende atmosfeer in de natuur en in de stad populair. Verder wilden impressionisten met hun werk geen enkele boodschap uitdragen.

Zoals op het doek Dame in een tuin van Monet (1867), nu in de tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam. Daarop is een vrouw op de rug te zien. Het maakt niet uit wie ze is, Monet is er niet op uit om haar karakter te schilderen. Haar witte japon en parasol zeggen wel iets; over de mode van toen bijvoorbeeld. Maar het zijn vooral de werking van het zonlicht en de schaduwpartijen – en de subtiele kleurschakeringen daarin – die de sfeer bepalen. De eerste indruk die je krijgt, is de belangrijkste, aldus de impressionisten. Maar ook het vrolijke, het zorgeloze, het mooie, de schoonheid pur sang. Het ging niet meer om wat, maar om de manier waarop iets geschilderd is. Het was een nieuwe kijk op de wereld.

Claude Monet (1840–1926), Vrouw in een tuin [Dame au jardin], 1867. Olieverf op doek, 82,3 x 101,5 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

Om de sensatie die de impressionisten aan het eind van de negentiende eeuw veroorzaakten in 2012 beter te begrijpen – want het impressionisme is nu alom geaccepteerd en geliefd – gaat de tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam terug naar die tijd. Naar de periode waarin die revolutionaire schilders voor het eerst van zich lieten spreken. Daarom hangen de impressionistische doeken en tekeningen van Monet, Sisley, Pissarro en Renoir in één expositie met de salonkunst van hun tijdgenoten.

Edmond-Georges Grandjean (1844–1908), Parijs, avenue des Champs-Élysées. Gezicht vanaf het place de l’Étoile [L’avenue des Champs- Élysées, vue de la place de l’ Étoile], 1878. Olieverf op doek, 85,5 х 136,5 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

Kijk naar het meer traditionele Parijs, avenue des Champs-Élysées. Gezicht vanaf het place de l’Étoile (1878) van Edmond-Georges Grandjean en vergelijk het met het impressionistische Place du Théâtre Français in Parijs (1898) van Pissarro of De rivieroever bij Saint-Mammès (1884) van Sisley. Dan is direct duidelijk wat de verschillen zijn. De ogenschijnlijke werkelijkheid versus de impressie van de werkelijkheid. Het precieze versus het terloopse.

Camille Pissarro (1830–1903), Place du Théâtre Français in Parijs [Place du Théâtre Français], 1898. Olieverf op doek, 65,5 x 81,5 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

Of neem het salonfähige Portret van gravin Jelizaveta Vorontsova-Dasjkova (1873) van Cabanel. Deze dame dient op gepaste afstand bewonderd te worden, terwijl Renoirs Portret van de actrice Jeanne Samary (1878) de toeschouwers juist uitnodigt tot een gesprek. De spanning tussen het traditionele en het baanbrekende voelde het Parijse publiek destijds maar al te goed. Niet verwonderlijk dat er zoveel ophef over was.

Op de tentoonstelling is tevens een aantal sculpturen te zien, onder andere Eeuwige lente (1897) van Auguste Rodin. Ook hij probeert, niet in verf maar in marmer, een momentopname, een impressie, weer te geven.

Auguste Rodin (1840–1917), Eeuwige lente [L’éternel printemps], na 1897. Marmer, h 77 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

Galeriehouder Durand-Ruel

De uiteindelijke doorbraak en het succes van het impressionisme waren voor een groot deel te danken aan de inspanningen van de Parijse galeriehouder Paul Durand-Ruel (1831–1922). Hij zag iets in die schilderijen wat niemand (nog) zag. Hij kocht ze op zodat zijn protegés konden doorwerken én leven. Al kon de galeriehouder hun doeken niet altijd slijten. Meer dan eens stond hij op de rand van faillissement. Pas toen hij filialen opende in Londen, Brussel en New York en een nieuwe groep verzamelaars aanboorde , veroverden de impressionisten de wereld. Hij was de eerste galeriehouder die een ‘school’ wist te verkopen. ‘Zonder Durand-Ruel’, zei Renoir altijd ruimhartig, ‘hadden we het niet overleefd en was de kaviaar een stuk zeldzamer geweest.’

Belangrijke klanten van Durand-Ruel waren de Russen Mikhail (1870-1903) en Ivan Morozov (1871–1921) en Sergej Sjtsjoekin (1854–1936). Deze puissant rijke textielhandelaren uit Moskou kochten Franse impressionisten – Sisley was Morozovs favoriete kunstenaar – omdat ze hun vaderlandse kunst een nieuwe impuls wilden geven. Ze durfden het aan de rebelse Franse schilderijen mee te nemen naar Rusland en in hun huizen te exposeren zodat jonge Russische kunstenaars konden zien wat er gebeurde in Parijs, kloppend hart van de Europese kunst. En ze konden zich erdoor laten inspireren. Alle (post)impressionistische schilderijen die de komende maanden in het museum te zien zijn, komen voornamelijk uit de collecties van de twee laatste kunstverzamelaars. Hun schilderijen van Matisse, Picasso en Derain hingen er al eerder, in 2010, op de tentoonstelling Matisse tot Malevich. Pioniers van de moderne kunst in de Hermitage.

Vertrouwd naast vernieuwend

In de tentoonstelling Impressionisme: sensatie & inspiratie, favorieten uit de Hermitage zijn in Amsterdam vele belangrijke stromingen van de late negentiende eeuw vertegenwoordigd. Van de uitlopers van de romantiek met Delacroix en Fromentin, het (neo)classicisme (Cabanel, Gérôme), het realisme (Corot), de School van Barbizon (Théodore Rousseau, Daubigny) en het impressionisme. Ook enkele postimpressionisten (Cottet, Cézanne, Gauguin) zijn vertegenwoordigd. Die schilders luidden een nieuwe periode in. Ze wilden meer emotie in hun werk leggen dan hun voorgangers en verder gaan dan alleen weergeven wat ze zagen. Gauguin bijvoorbeeld maakte in zijn Tahitiaanse schilderijen de werkelijkheid vaak tot een ideale, arcadische wereld, op zoek naar het spirituele.

Alexandre Cabanel (1823–1889), Portret van gravin Jelizaveta A. Vorontsova-Dasjkova [Portrait de la comtesse Élisabeth Vorontsova-Dachkova], 1873. Olieverf op doek, 99 х 73 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

Charles-François Daubigny (1817–1878), De vijver [L’Étang], 1858. Olieverf op doek, 57,5 x 93,5 cm © State Hermitage Museum, St Petersburg

De impressionisten waren voor veel schilders een inspiratiebron. Een van hen was een Nederlander: Vincent van Gogh. Het is geen geheim dat hij na zijn aankomst in Parijs in 1886 onder de indruk raakte van de impressionisten. Via de kunsthandel van zijn broer Theo kwam hij met hen in contact. Het zonlicht en de kleuren die hij zocht, vond hij in hun schilderijen. Hij schreef in een brief aan een vriend: ‘In Antwerpen wist ik niet eens wat de impressionisten waren, nu heb ik ze gezien (…) en heb ik veel bewondering voor bepaalde schilderijen.’ Op een geheel eigen manier verwerkte hij hun ideeën en technieken in zijn werk. Wie dat wil zien, komt vanaf 29 september naar de Hermitage Amsterdam. Dan is er een serie wereldberoemde doeken van Vincent uit het Van Gogh Museum op bezoek in de Hermitage.

Voor meer informatie:

HERMITAGE AMSTERDAM

Communicatie, Educatie & Marketing
Martijn van Schieveen en Kim van Niftrik
Postbus 11675
1001 GR Amsterdam

T020 530 87 55
Epressoffice@hermitage.nl

ANBI

De Hermitage Amsterdam is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Wij hoeven geen belasting te betalen over giften. Uw bedrag staat dus volledig tot onze beschikking. En giften aan een ANBI zijn vaak aftrekbaar voor de schenker.

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 25 december 2014 en 27 april 2015
Open op 1 januari 11-17 uur

© State Hermitage Museum, St Petersburg

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Contact

Voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s:
+31 (0)20 530 87 55

Voor alle overige vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55

Voor reserveringen van rondleidingen en zalen:
0900 HERMITAGE (0900-437648243) lokaal tarief

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u contact opnemen met reservations@guideid.com

Bedankt

De Hermitage Amsterdam bedankt

Founder
Hoofdsponsors
Sponsor
Partner Hermitage voor Kinderen
Strategiepartner
Internetpartner

Onze regenten, partners en fondsen.

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.