Achtergrondverhaal
Hollandse Meesters uit de Hermitage

Voor het eerst in zijn bestaan wijdt de Hermitage Amsterdam een tentoonstelling aan een van de hoogtepunten uit de collectie van de Hermitage in St.-Petersburg: de Hollandse Meesters. Hollandse Meesters uit de Hermitage. Oogappels van de tsaren, die opent op 7 oktober 2017, is de vijftiende tentoonstelling die de Hermitage Amsterdam presenteert sinds de opening aan de Amstel in 2009.
In de tentoonstelling straalt een representatieve keuze, vrijwel geheel uit de vaste opstelling in St.-Petersburg, van drieënzestig werken van vijftig schilders. Zo goed als alle grote meesters zijn vertegenwoordigd. De Hermitagecollectie telt ruim 1500 schilderijen en is daarmee de grootste verzameling Hollandse schilderkunst buiten Nederland. Er is geen collectie ter wereld met evenveel schilderijen van Rembrandt. De tentoonstelling is gerangschikt vanuit de schilderkunst zelf. Dat betekent soms indeling naar stroming, soms groepering naar thema, steeds in passende ensembles. Er wordt daarbij verteld over de ontstaansgeschiedenis van de collectie, met speciale aandacht voor hoe enkele topwerken in Rusland zijn beland. In het hart van de tentoonstelling spelen portretten door Rembrandt en zijn naaste kring van getalenteerde schilders de hoofdrol.
De bloeiperiode tussen 1650 en 1670 is met 37 werken ruim vertegenwoordigd. Maar liefst zes werken zijn van de hand van Rembrandt. Naast wereldberoemde schilderijen als Rembrandts Flora en Meisje met oorbellen, een van Frans Hals’ beroemde mannenportretten en De Nieuwmarkt in Amsterdam van Bartholomeus van der Helst bevat de tentoonstelling ook werken van minder bekende schilders, zoals Willem Drost, Pieter Janssens Elinga, Arent de Gelder en Emanuel de Witte, die niettemin opzienbarend te noemen zijn. De ruime meerderheid (57) van de werken heeft een vaste plek in de galerij van Hollandse schilderkunst in de Hermitage en een eigen historische schilderijlijst (49). De meeste schilderijen zijn na aankoop nog nooit teruggekeerd in Nederland.

Rembrandt van Rijn, Flora, 1634
© State Hermitage Museum, St Petersburg

De bloei van de Hollandse schilderkunst

De rijkdom van de Noordelijke Nederlanden in de zeventiende eeuw triggerde een enorme bloei van de schilderkunst. Talloze schilders schiepen weergaloze meesterwerken die nu pronkstukken zijn van musea overal ter wereld, en de Hermitage St.-Petersburg in het bijzonder. Historiestukken, landschappen, portretten, stillevens, taferelen uit het dagelijks leven, zeegezichten en kerkinterieurs werden vastgelegd in de ateliers, met een haast onvoorstelbare verbeeldingskracht.

Er waren grootheden die vele genres beheersten, zoals Rembrandt, maar veel schilders richtten zich op één schildergenre. Kenmerkend voor de zeventiende-eeuwse Hollandse schilderkunst is dan ook de vergaande specialisatie van de kunstenaars. Een greep uit de genres die zijn vertegenwoordigd: Bijbelse voorstellingen van Lastman en Wtewael, portretten door onder anderen Rembrandt, Hals en Flinck, stillevens van Bol, Heda en Kalf, genrestukken van Dou, Steen en Ter Borch, landschappen van Ruisdael en Van Goyen, stadsgezichten van Berckheyde en Van der Heyden.

Massale productie

De Hollandse schilderkunst laat een niet aflatende creativiteit en een karakteristiek zien die uniek en kenmerkend zijn voor deze tijd. In de Hollandse ateliers dienden zich voortdurend nieuwe talenten aan met een eigen stijl. En de productie was enorm. Buitenlandse bezoekers aan de Noordelijke Nederlanden verbaasden zich keer op keer over de hoeveelheid schilderijen in de huizen, zelfs die van niet puissant rijke burgers. Wie bijna niets te besteden had, kon altijd nog voor een of twee stuivers een prentje kopen; de meer vermogenden hingen hun hele huis vol met schilderijen, zelfs de keuken. In deze tijd werden naar schatting enkele miljoenen schilderijen gemaakt, die in de achttiende eeuw in de internationale kunsthandel nog gewilder werden, zeker bij de allerrijksten.

Willem Kalf, Stilleven met dessert, ca. 1653/54
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Oog voor Hollandse Meesters

In de tweede helft van de achttiende eeuw groeide de populariteit van Hollandse schilderkunst bij verzamelaars in Europa. De markt ervoor was groot. Dat gold zeker ook voor Rusland. Daar genoten de Hollandse Meesters een buitengewone sympathie, die natuurlijk te maken had met de historische voorkeuren van Peter de Grote, maar ook met de specifieke beeldtaal van de schilderijen. Ze werden opgevat als realistische weergaven van de omringende wereld, in het bijzonder van huiselijke taferelen. Dat realisme, in het bijzonder de weergave van lichtschakeringen, maakte Hollandse schilderkunst gewild. Dat vrijwel alle genres erin waren vertegenwoordigd, hielp ook mee.
Zoals verzamelaar Aleksandr Stroganov in zijn catalogus van 1807 stelde: ‘De Hollandse school onderscheidt zich in sommige opzichten succesvol van andere scholen. Zij behandelt de natuur zo werkelijkheidsgetrouw als mogelijk. […] De schilderijen zijn uiterst gedetailleerd uitgevoerd. De Hollanders beheersen ook de kunst van kleurnuances en kleurtegenstellingen goed: hierdoor slagen ze erin het licht zelf te schilderen, als men dat zo kan uitdrukken.’

Rembrandt van Rijn, Portret van een man, 1661
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Tweehonderd jaar aankoopgeschiedenis

Toen Peter de Grote afreisde naar de Republiek om te leren van de Westerse wetenschap en cultuur, was in Rusland nog maar weinig bekend over de Hollandse Meesters. Laat staan over de schilderijen die zij vervaardigden. Tsaar Peter was een van de eerste Russen die interesse toonde voor kunst uit de Lage Landen. Hij bouwde een bescheiden collectie op, met Het afscheid van David en Jonathan van Rembrandt als een van zijn eerste grote aankopen in 1716, voor 80 gulden. Het was Ruslands eerste Rembrandt. Het schilderij was eerder in de Hermitage Amsterdam te zien tijdens Peter de Grote, een bevlogen tsaar in 2013.

Aanvankelijk was het nog niet gebruikelijk om kunst uit de Lage Landen te kopen. De meeste verzamelaars volgden de strakke, klassieke richtlijnen van de gezaghebbende Académie royale de Peinture et de Sculpture. Omdat de Hollandse Meesters niet perfect aan deze richtlijnen beantwoordden, kregen ze minder aandacht van collectioneurs. Deze opvatting veranderde echter toen binnen de Académie de klassieke richtlijnen steeds meer ter discussie kwamen. De Meesters van de Lage Landen wonnen aan aandacht en respect vergeleken met de tot dan toe superieur geachte Italiaanse en Franse schilders. Deze verschuiving leidde tot veel meer investeringen in Hollandse kunst.

De Russische keizerin Catharina de Grote, aan de macht gekomen in 1762, wilde zich profileren als een verlicht vorst en kreeg het ambitieuze idee voor een reusachtige kunstgalerij naast het Winterpaleis in St.-Petersburg. Daarvoor werden tussen 1763 en 1789 talrijke aankopen in West-Europa gedaan door haar agenten. Wat de Hollandse Meesters betreft kon Catharina zich al laten inspireren door de keizerlijke residenties in Petersburg en omgeving (Peterhof, Tsarskoje Selo en Oranienbaum). Die herbergden werken die voor tsaar Peter de Grote in Nederland waren aangekocht (1716–17) en voor zijn dochter, tsarina Elizabeth, in Bohemen (1745).

De eerste grote kunstaankoop was de Berlijnse verzameling van Johann Ernst Gotzkowsky in 1764: ruim driehonderd werken, waaronder Rembrandt en Goltzius. Uit deze collectie is Het concert van Dirck van Baburen te zien in de tentoonstelling. Al vanaf het begin betaalde de tsarina prijzen die ver boven de marktwaarde lagen. In 1768 kocht zij de collectie van Heinrich von Brühl, de Saksische Eerste Minister, bestaande uit vijfhonderd doeken waaronder Ruisdael, Dou, Metsu en Rembrandt. Van laatstgenoemde zijn Portret van een geleerde en Portret van een oude man in het rood straks te zien in Amsterdam.

Dirck van Baburen, Concert, 1623
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Catharina’s agenten, vaak diplomaten, zaten in heel West-Europa en kregen ruime budgetten. Zo werd de tsarina al snel een geduchte concurrent op de kunstmarkt. Geen enkele verzamelaar was veilig voor haar zelfbenoemde ‘gulzigheid’. Een van de meest voortvarende agenten was Dmitri Golitsyn, eerst ambassadeur in Parijs, later in Den Haag. Hij verzorgde vele aankopen voor de keizerin, waaronder werken van De Lairesse, Hondecoeter en Rembrandt: Portret van Baertje Martens en, haar persoonlijke favoriet, De terugkeer van de verloren zoon. Ook de aankoop van het schilderij Bij de dokter van Gerard Dou mag niet onbenoemd blijven. Catharina betaalde hier het fabelachtige bedrag van 19.153 livres voor. Een Hollandse arbeider zou daar in die tijd ruim 26 jaar voor moeten werken.

Het overwicht van Catharina de Grote over de West-Europese kunstverzamelaars werd bevestigd toen de verzameling van, Louis-Antoine Crozat, baron de Thiers, geveild zou worden. Het zou aanvankelijk per schilderij gebeuren, maar Denis Diderot, naast fameus Verlichtingsdenker ook een belangrijke kunstinkoper van Catharina, stak daar een stokje voor. Hij wist de eigenaren te overtuigen om de collectie voor een enorm bedrag in één keer aan Catharina te verkopen. Onder de vele topstukken in de collectie waren Rembrandts Danaë, De Heilige Familie en Portret van een oude man met staf, die aldus voor de neus van kunstminnend Europa werd weggekaapt door de tsarina.

Vanaf 1769, het jaar dat Golitsyn naar Den Haag verhuisde, werden de Nederlanden een belangrijke bron om de kunsthonger van Catharina te stillen. Hij deed er belangrijke aankopen: ,em>De ontvoering van Europa van Nicolaes Berchem, Soldatenkampement van Jacob Duck, De kantwerkster van Domenicus van Tol, en daarnaast werken van Jan van Goyen, Verschuuring en vele anderen.

Eén kunstaankoop in Nederland leidde tot een gevoelig verlies van Nederlands artistiek erfgoed. Na de veiling van de collectie van Gerrit Braamcamp, waarvoor zo’n 20.000 mensen zich rijen dik voor de deur van het veilinghuis verdrongen, vertrok het schip Vrouw Maria richting Petersburg met aan boord 27 door Catharina aangeschafte schilderijen. Voor de kust van Finland verging het schip. Onder andere Ossendrift van Paulus Potter en Drieluik met allegorie op het kunstonderwijs van Gerard Dou gingen verloren. Het was ook een financieel verlies: Catharina had alleen al voor het laatste schilderij zo’n 14.100 gulden over gehad. Dit betekent echter niet dat er niets van de collectie Braamcamp in de Hermitage hangt. Later is onder andere een schilderij van Nicolaes Berchem, De verkondiging van de blijde boodschap aan de herders, in de collectie terechtgekomen. Dit schilderij is dadelijk ook te zien in Hollandse Meesters uit de Hermitage. De laatste grote kunstaankopen voor Catharina betroffen de collecties van Sir Robert Walpole in 1779 en die van Sylvain Raphaël, comte de Baudouin in 1780. De eerste bevatte vooral Vlaamse en Italiaanse schilderijen, maar ook Rembrandts Het offer van Abraham. De tweede collectie was hoofdzakelijk samengesteld uit Noord-Nederlandse werken, waaronder Jonge vrouw met oorbellen van Rembrandt, een van de topstukken van de komende tentoonstelling.

Rembrandt, Jonge vrouw met oorbellen,1656
© State Hermitage Museum, St Petersburg

De opvolgers van Catharina, Paul I, Alexander I en Nicolaas I, voerden een minder uitvoerig inkoopbeleid. Paul liet de onkuisere werken naar het depot brengen, maar gaf wel opdracht tot een uitvoerige inventarisatie van de galerijcollectie. Onder bewind van Alexander werden ook beduidend minder aankopen gedaan. Opvallend zijn wel de schilderijen die hij na zijn overwinning op Napoleon kocht uit de collectie van diens vrouw Joséphine de Beauharnais, waaronder een aanzienlijke hoeveelheid Hollandse (en andere) Meesters. Nicolaas I deed in 1850 opvallende aankopen uit de collectie van de Nederlandse koning Willem II. Diens weduwe Anna Paulowna, zuster van Nicolaas I, speelde daarbij een belangrijke rol. Onder meer Familieportret van Bartholomeus van der Helst werd aangekocht. Onder Nicolaas werd het bovendien steeds gebruikelijker om kunstverzamelingen open te stellen voor publiek. Uiteindelijk leidde dat tot de bouw van de Nieuwe Hermitage, met speciale zalen voor de Rembrandts en voor de andere schilderijen uit de Lage Landen.

Rusland kende een aantal belangrijke privéverzamelaars met Hollandse Meesters in hun collectie. Zo bezat Aleksandr Stroganov (1733–1811) 62 Noord- en Zuid-Nederlandse schilderijen, die in de Hermitagecollectie terechtkwamen. Catharina kocht van hem De Nieuwmarkt in Amsterdam van Van der Helst, een van zijn favorieten. Vooral de collectie van Pjotr Semjonov-Tjan-Sjanski (1827–1914), die in 1914 definitief is toegevoegd aan de Hermitage, is belangrijk. Zijn collectie telde maar liefst zevenhonderd hoofdzakelijk Hollandse schilderijen. Uit deze collectie zijn in de tentoonstelling werken te zien van Aldewerelt, Kalf, Lastman, Stom.

Rembrandt van Rijn, Portret van een man met kraag ,1631
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Invloed op Russische kunst

Dat de enorme verzameldrang van Nederlandse schilderijen tot Nederlandse invloed op de Russische schilderkunst leidde, lijkt vanzelfsprekend. Al vanaf de tijd dat Peter de Grote in Nederland was, lieten schilders zich inspireren door de Hollandse Meesters, maar werd er ook flink gekopieerd en geïmiteerd. Tot aan Ilja Repin toe (1844–1930, ‘de Russische Rembrandt’). Deze begon zijn carrière met het kopiëren van werken als Rembrandts Portret van een oude vrouw uit de Hermitage.

In de achttiende en negentiende eeuw kwam een serieproductie van schilderijen in prenten, op textiel en porselein op gang. Vooral de Hollandse meesters waren daarbij erg in trek. Tijdens de regering van Nicolaas I (1825–55) werden in Petersburg op grote schaal vazen geproduceerd met kopieën van schilderijen, vaak Hollandse. Hoewel alle grote porseleinfabrieken in West-Europa met deze rage meegingen, onderscheidde St.-Petersburg zich, vooral door de formaten: vazen van wel anderhalve meter hoog, bedoeld als opsmuk van paleisinterieurs. Geliefd waren scènes uit het dagelijks leven, landschappen, portretten, bloemstillevens en veldslagen. Een schilderij reproduceren was een taak voor zowel een beeldhouwer, een decorateur-ornamentalist als een schilderijenkopiist. Het werk nam gemiddeld twee tot zes maanden in beslag. Soms werden de schilderijen naar de porseleinfabriek gebracht, maar meestal vond het kopiëren plaats in een speciale ruimte in de Hermitage zelf, het porseleinpaviljoen. In de regel werd eerst een kopie op doek gemaakt, die vervolgens werd overgebracht op porselein. In de tentoonstelling zijn vazen te zien met daarop geschilderde kopieën van onder andere Straf van een jager van Paulus Potter, Triktrakspelers van Jan Steen, Moeras van Jacob van Ruisdael.

Paulus Potter, Straf van een jager, ca. 1647
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Collectie na 1917, de cirkel is (even) rond

Door de Eerste Wereldoorlog en de Oktoberrevolutie van 1917 kwam een einde aan de ontwikkeling van de Hermitage. De decennia na 1917 waren de donkerste periode in de geschiedenis van de Hermitage. Het kostte grote moeite de collectie bijeen te houden. Tegelijkertijd kwamen uit genationaliseerde privébezittingen grote aantallen nieuwe werken binnen, vaak zonder attributie. Het betekende een chaotische uitbreiding van de collectie.

In 1928 begon de Sovjetregering werken uit de Hermitage in het Westen te verkopen om aan harde valuta te komen. Daardoor zijn werken van Rembrandt, Frans Hals, Terborch, Metsu, Ruisdael, Bloemaert voor de Hermitage verloren gegaan. Het is aan de mondiale crisis van 1929–33 te danken dat niet alle aangeboden werken zijn verkocht. Het was in die periode dat Het Mauritshuis het werk Portret van Loef Vredericx (1626) van Thomas de Keyser aankocht. Dit werk, ooit door tsaar Paul I aangeschaft, is nu ruimhartig in bruikleen gegeven aan de tentoonstelling, waarmee de cirkel weer (even) rond is.

Frans Hals, Portret van een man, voor 1660
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Restauraties

Veel werken zijn voor hun komst naar de Hermitage Amsterdam gerestaureerd of schoongemaakt. Een aantal werken kreeg een nieuwe lijst, geschonken door de Vrienden van de Hermitage, die eerder al het nieuwe dak van de Tentzaal in St.-Petersburg, waar volop Hollandse Meesters prijken, financieel mogelijk maakten. Die Tentzaal werd in 2001 feestelijk geopend door koningin Beatrix. Het al genoemde stadsgezicht De Nieuwmarkt in Amsterdam van Van der Helst is in 2016 gerestaureerd met dank aan een bijdrage van Heineken Rusland.

Hermitage brandpunt van de Gouden Eeuw

Bijna acht maanden lang is de Hermitage Amsterdam het brandpunt van de Gouden Eeuw. Naast Hollandse Meesters uit de Hermitage is ook de permanente tentoonstelling Hollanders van de Gouden Eeuw te zien. Het gebouw zelf stamt ook uit de Gouden Eeuw: het werd in 1683 opgeleverd als verpleeghuis voor vrouwen of ‘besjeshuis’. Diverse ruimtes uit de begintijd van het gebouw zijn te zien in de historische route van de Hermitage Amsterdam: de Regentessekamer, de kerkzaal en de oude keuken. In die route komt ook Het Wonder van Amsterdam, de multimediale attractie over het ontstaan van Amsterdam, die geopend wordt op 24 augustus 2017.

Jan Steen, Trik-trak spel, 1667
© State Hermitage Museum, St Petersburg

Bedankt

De Hermitage Amsterdam bedankt

Founder
Hoofdsponsors
Sponsor
Tentoonstellingssponsor
Fondsen

K.F. Hein Fonds

Mediapartner
Internetpartner
Strategiepartner
Security partner

Onze regenten, partners en fondsen.

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 27 april (Koningsdag)
Open op 25 december en 1 januari 11-17 uur

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Foto Jelle Epskamp Photography

Heerlijk terras in de binnentuin

Geopend bij mooi weer

ANBI

De Hermitage Amsterdam is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Wij hoeven geen belasting te betalen over giften. Uw bedrag staat dus volledig tot onze beschikking. En giften aan een ANBI zijn vaak aftrekbaar voor de schenker.

Contact

Voor alle vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55
(tijdens kantoortijden)

Dus ook voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw, reserveringen van rondleidingen en zalen en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s.

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u een bericht sturen naar info@hermitage.nl

Catalogus

Bij de tentoonstelling 1917. Romanovs & Revolutie is een prachtige full colour catalogus verschenen. Deze is in zowel het Nederlands als in het Engels te verkrijgen.
Meer

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.