MS Word document

Het zilveren wonder uit het Oosten

27 april t/m 17 september 2006

Achtergrond

Filigrein, ... graan, o., (>Fr. filigrane) fijn zilver- of goudwerk, vooral vervaardigd uit koordvormig gedraaid en daarna geplet zilverdraad, waaruit krul- of lofwerk en arabesken enz. gebogen worden, meestal om een knoop als middelpunt. (Van Dale, dertiende editie)

De techniek

Van oudsher stralen edelmetalen – goud en zilver – macht en prestige uit. Van edelmetalen werden sieraden gemaakt en andere bijzondere voorwerpen. Ze werden gebruikt voor plechtigheden, ceremoniën en andere rituelen. Goud en zilver lieten zien dat je tot een bepaalde kring in de samenleving behoorde en dat je voldeed aan de daar geldende normen en waarden.

Door het lage smeltpunt en een grote mate van elasticiteit zijn goud en zilver uitstekend te bewerken. Eén techniek heeft binnen de verschillende methoden altijd apart gestaan. Een techniek waarbij zeer zuiver edelmetaal wordt gebruikt dat wordt opgerekt tot zeer fijne draden. Zo kan van één gram zilver honderden meters draad worden getrokken. Met deze draden worden middels een ingenieus vlechtwerk, bijna transparante voorwerpen gemaakt. Deze eeuwenoude techniek wordt filigrein genoemd (samengesteld uit het Latijnse woord filum, draad, en granum, korrel).

Productie

Filigrein raakte al in de antieke wereld in zwang en wijd verspreid. Zo zijn voorwerpen bekend uit het tweede millennium v. Chr. uit Egypte, Kreta en Griekenland. De Hermitage Amsterdam toonde in het voorjaar van 2004 prachtige voorbeelden hiervan in de tentoonstelling ‘Grieks Goud’. Door de vele veroveringen en handelscontacten vinden we de filigreinproducten terug in tal van andere regio’s en landen, zoals in het Verre Oosten, het Arabische Oosten, Italië en Rusland. In de zestiende en zeventiende eeuw wordt de techniek toegepast in bijna alle landen in Europa en Azië.

Historische gebeurtenissen waren vaak de aanleiding voor de uitwisseling van ervaring en het overnemen van methoden en stilistische details. Zo namen de joodse edelsmeden hun techniek met zich mee toen zij verbannen werden uit Spanje. Dit gold ook voor de hugenoten in zeventiende-eeuws Frankrijk. Zij verspreidden zich over Europa, waar ze hun eigen bekende filigreintechniek combineerden met plaatselijke stilistische vormen. Ook de grote geografische ontdekkingen van de zestiende en zeventiende eeuw speelden een belangrijke rol in het tot stand komen van een universele stijl in filigrein. Met name de Aziatische contacten, onder meer door de oprichting van de VOC, zouden van grote invloed blijken op de verdere ontwikkeling van de techniek van filigrein.

Verspreiding

De belangrijkste filigreincentra waren te vinden in China, zoals in Guangzhou (Kanton). Dat is ook duidelijk te zien in de grote hoeveelheden objecten van Chinese afkomst in de huidige collecties. Voor Europeanen was filigrein uit China exotisch en virtuoos. Bovendien was het werk van een meester uit China goedkoper, zodat in de loop van de zeventiende eeuw vele objecten, zoals sieraden, in het Oosten werden besteld. Bestellingen werden uitgevoerd op basis van ontwerpen of meegebrachte voorbeelden. Daarnaast werden er omschrijvingen en deelontwerpen gezonden. Veel van de filigreinvoorwerpen die een Europese stijl hebben, zijn dus door oosterse kunstenaars gemaakt. Waar en wanneer het filigrein is gemaakt, blijft een ingewikkelde zaak. De internationale vormentaal, de afwezigheid van waarmerken en het gebrek aan informatie zijn de oorzaak dat veel toeschrijvingen aan een bepaald productiecentrum discutabel zijn.

Vanuit China kwamen de kostbare voorwerpen terecht in de landen die in de zestiende en zeventiende eeuw met China handelden: Portugal, Spanje, Nederland en Engeland. Ook in India ontstonden productiecentra. Zo brachten Portugese schepen een hele stroom van exportproducten en exotische waren daarvandaan naar Europa. Deze rariteiten, besteld door kloosters en vorstenhuizen, werden via de Coromandelkust van India (het huidige Madras) en de Portugese kolonie Goa naar Europa geëxporteerd. Andersom brachten de Europese schepen ook Portugees filigrein, dat diende als voorbeeld voor de lokale edelsmeden, naar India. Zo werden bijvoorbeeld in Goa de inrichtingen voor Portugese kerken gemaakt.

In de zeventiende eeuw werd de Kantonese markt beheerst door Engelse en Nederlandse handelslieden. Zij brachten de exotische waren via een aantal tussenstops naar de Europese hoven, waar de belangstelling voor filigrein groot was. Zo had Zonnekoning Lodewijk XIV in zijn Versailles bijna 900 voorwerpen van goud- en zilverfiligrein uitgestald. Ook de vorstenhuizen van Spanje, Engeland en Duitsland waren gretige afnemers.

Filigrein in de Hermitage

In de Hermitage in St.-Petersburg wordt een groot aantal voorwerpen van oosters zilverfiligrein uit de zeventiende en achttiende eeuw bewaard. Eerst lagen ze in de paleismagazijnen of werden ze gebruikt door de toenmalige heersers. Later (vanaf de eerste helft van de achttiende eeuw) werden ze tentoongesteld in de zalen van de Hermitage. In de twintigste eeuw werd in de Hermitage de Oriëntaalse Afdeling opgericht en vonden vele filigreinvoorwerpen hun weg naar het Magazijn van Oosterse Sieraden. Lang niet alles werd echter als oriëntaals gedetermineerd, waardoor de collectie verspreid raakte over verschillende afdelingen binnen het museum. Dankzij recent onderzoek van de conservator Chinese toegepaste kunst, Maria Mensjikova, kon een groot deel van de collectie worden teruggevonden, bewerkt en gerestaureerd. De resultaten van dit grote onderzoek zijn nu te zien in de tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam en te lezen in de begeleidende publicatie.

De collectie is voor het grootste deel afkomstig uit China, India en Indonesië. De zeventiende-eeuwse Chinese voorwerpen zijn vrij massief en hebben vormen die teruggaan op traditionele Chinese voorwerpen. De ornamentiek is kenmerkend voor de Chinese cultuur: pioenen, lotusbloemen en pruimenbloesem. Daarnaast zijn er in de verzameling veel voorwerpen uit India, en dan met name uit Goa (zie boven: productie). Deze voorwerpen hebben juist vaak een Europese vorm omdat ze op bestelling werden gemaakt, bijvoorbeeld voor de katholieke kerk. De voorwerpen uit Batavia, het huidige Jakarta, zijn vaak lastig te onderscheiden van de Chinese voorwerpen.

Unieke toiletsets

Hoogtepunt in de tentoonstelling én in de verzameling van de Hermitage zijn de twee grote toiletsets van Catharina de Grote. De Chinese (1740–1750) bestaat uit 32 onderdelen, de Indiase (1740–1750, Dekkan, Karimnagar) uit 19. Het zijn twee unieke ensembles, omdat vergelijkbare sets van andere Europese hoven in de loop der tijd zijn verkocht, omgesmolten of verloren gegaan. Er is slechts één andere toiletset bekend van een dergelijke omvang: die van Burghley House in het Engelse Lincolnshire.

In West-Europa behoorden spiegels en toiletsets tot de middelen om voornaamheid en het behoren tot het juiste milieu te demonstreren. Meestal werden ze van zilver gemaakt en gebruikt door vrouwen én mannen. Het verschil lag in de samenstelling van de noodzakelijke voorwerpen. Een toiletset werd vaak cadeau gegeven op bruiloften of maakte deel uit van de uitzet. Het belangrijkste object was de spiegel, aangevuld met 15 tot 50 voorwerpen. De bezitters konden overigens ook geleidelijk nieuwe zilveren voorwerpen kopen. De set werd opgesteld in een kamer dicht bij de slaapkamer en de spiegel werd aangekleed met duur kant. Voor de spiegel vervolmaakten de bezitters hun ochtendtoilet en lieten zij hun meest intieme naasten toe op audiëntie. Ondanks de tegenstand van de orthodoxe kerk, die het gebruik van spiegels verbood, verschenen de vroegste toiletsets in Rusland in de zeventiende eeuw. Het beroemdste voorbeeld is het gouden toiletstel, mét thee- en koffieservies, van de nicht van Peter de Grote, Anna Ivanovna, nu te bewonderen in de schatkamer van de Hermitage.

Nederland-Rusland: de schrijfdoos van Stadhouder Willem III

In de filigreincollectie van de Hermitage bevindt zich een curieus object: de schrijfdoos van stadhouder Willem III, de Oranje die trouwde met de Engelse prinses Mary Stuart en na de Glorious Revolution in 1688 die koning van Engeland werd. Op het deksel is het stadhouderlijk wapen afgebeeld van Willem III van Oranje. Rond dit wapen staat het devies van de Orde van de Kousenband: Honi soit qui mal y pense. De doos is waarschijnlijk gemaakt in Goa of Batavia. Maar hoe komt dit bijzondere voorwerp nu terecht in de collectie van de Hermitage? De doos duikt op in de verzameling van Frederik I van Pruisen, schoonzoon van koning George I én direct nazaat van Mary Stuart van Schotland. Het is bekend dat een deel van de erfenis van Willem III en Mary Stuart in Pruisen terecht is gekomen. Zo kon het gebeuren dat Frederik I de doos van zijn schoonvader in bezit heeft gekregen. In 1717 bezocht Peter de Grote het beroemde paleis van Frederik I in Potsdam. Tijdens dat bezoek kreeg hij de Barnsteenkamer cadeau (nu als kopie te zien in het paleis van Tsarskoje Selo). Peter had ook een grote bewondering voor Stadhouder-Koning Willem III en waarschijnlijk heeft hij tijdens zijn bezoek ook de schrijfdoos van zijn idool gezien en Frederik ‘verzocht’ om die ook aan hem te schenken.

Filigrein in de negentiende eeuw

Hoewel de grote toiletsets uit de mode raakten, bleven filigreinvoorwerpen ook in de negentiende eeuw populair. Er kwamen grotere firma’s en winkels die speciaal voor de Europese markt gingen produceren. Voor het eerst verschenen ook de initialen van de meesters op de voorwerpen, in Latijn schrift, maar soms ook in het Chinees. Op de etuis voor visitekaartjes werden papieren etiketten bevestigd met daarop de naam van de maker. Edelsmid was niet langer een naamloos ambacht. Op de tentoonstellingen zijn bijzondere voorbeelden uit de negentiende eeuw te zien zoals armbanden, waaiers en zogenaamde porte-bouquets (hierin werden in de negentiende eeuw echte planten gezet met als doel dameskleding te versieren).

Tot slot

De collectie van het zilverfiligrein uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw in de Hermitage is veelomvattend en uniek, maar nog nauwelijks wetenschappelijk ontsloten. De publicatie met de daarbijbehorende tentoonstelling moet bijdragen aan de verdere bestudering van de vele vraagstukken rond deze collectie en aan de toeschrijving van vele vergelijkbare voorwerpen in de collecties van andere musea. In de Hermitage is het gelukt om met een grote mate van zekerheid een verdeling te maken in groepen voorwerpen naar vorm, stijl, ornament en herkomst. De toiletsets van Catharina de Grote, pronkstuk van de collectie, zijn letterlijk toonbeelden geworden. Dankzij deze sets kunnen andere Chinese en Indische voorwerpen uit de zeventiende en achttiende eeuw tamelijk exact worden toegeschreven.

Voor meer informatie:

HERMITAGE AMSTERDAM

Communicatie, Educatie & Marketing
Martijn van Schieveen en Kim van Niftrik
Postbus 11675
1001 GR Amsterdam

T020 530 87 55
Epressoffice@hermitage.nl

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 26 april en 25 december 2014

© State Hermitage Museum, St Petersburg

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Contact

Voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s:
+31 (0)20 530 87 55

Voor alle overige vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55

Voor reserveringen van rondleidingen en zalen:
0900 HERMITAGE (0900-437648243) lokaal tarief

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u contact opnemen met reservations@guideid.com

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.