OpenOffice document MS Word document

Caspar David Friedrich

Achtergrond

door prof. dr. Henk van Os

In 1991 werden de schilderijen en tekeningen van Caspar Friedrich uit de Hermitage tentoongesteld in het Metropolitan Museum in New York en het Art Institute in Chicago. Het was voor het eerst dat het publiek in de Verenigde Staten van Amerika kennis kon maken met het werk van de grote Duitse romantische schilder. In de catalogus schreef de kunsthistoricus Robert Rosenblum: ‘Only a few decades ago, Caspar David Friedrich (1774-1840) had the status of an underground cult figure in America […] it was long possible, especially in French and Anglo-American museum territory, to ignore this master’s existence as totally as it was ignored in many histories of modern painting written before the 1960s.’

In Nederland was het net zo gesteld als Rosenblum dit beschrijft voor Frankrijk en de Angelsaksische wereld. Met dit verschil, dat Friedrichs schilderijen en de Duitse kunsthistorische literatuur over zijn werk voor de meeste kunstkenners in Nederland een foute wereld vertegenwoordigden die te maken had met een fataal nationalisme, gevoed door gedachten over Blut und Boden.

Sindsdien is er veel veranderd. Al jaren is Friedrich ‘in’. Hij is voor velen een cultfiguur geworden. Dat heeft onder andere te maken met het feit, dat de natuurbeleving die spreekt uit zijn schilderijen, de laatste decennia door velen wordt gedeeld. Er is geen schilder die zo consequent zichtbaar heeft gemaakt, dat de mens geen vanzelfsprekend deel uitmaakt van het landschap. Hij staat niet in, maar tegenover de natuur en kan alleen in eenzame contemplatie doordringen tot de betekenis en de schoonheid ervan. Hij kan die stille aanschouwing hooguit delen met één metgezel. De gemeenschappelijke ervaring van de grootsheid van het uitzicht schept vriendschap in de zin van de romantiek: een unieke relatie met één ander gevoed door gedeelde beleving van de natuur.

Het idee om alle werken van Friedrich uit de Hermitage tezamen tentoon te stellen, is mede ontstaan, omdat de geschiedenis van de verwerving zo interessant is, zoals blijkt uit het fascinerende artikel van Boris Asvarisc in de catalogus behorende bij deze tentoonstelling. Maar los daarvan gaat het ook om een representatieve groep van zijn mooiste schilderijen en tekeningen. Zij vertegenwoordigen heel verschillende momenten uit Friedrichs oeuvre. Dankzij de verscheidenheid aan onderwerpen geven ze een veelzijdig beeld van de voorstellingswereld van de schilder. Er is een verfijnde tekening van het uitzicht uit het raam van Friedrichs ascetische atelier in Dresden. Grootse landschappen zijn er, maar ook havengezichten. De maan gaat op boven de zee bij Rügen en de zon boven het Reuzengebergte. Het is nacht in de haven van Greifswald. Een eenzame dromer zit op de vensterbank van wat eens een gotisch raam was van het klooster op de berg Oybin. Er zijn voorstellingen van zwanen bij zonsopgangen, van uilen die voor een volle maan langs vliegen of landen op een grafteken of ons aankijken uit een afgebrokkelde raamopening van een middeleeuwse ruïne. In de collectie Friedrichs van de Hermitage zijn relatief veel van dergelijke betekenisvolle motieven te vinden. Er zijn vooral veel figuren op de rug gezien, verzonken in de aanschouwing van grootse uitzichten. De groep werken als geheel maakt het mogelijk de kunstenaar Caspar David Friedrich goed te leren kennen.

Toen de collectie Duitse schilderijen uit de achttiende en negentiende eeuw in de Hermitage voor deze tentoonstelling nader werd bekeken, deed zich een bijzondere mogelijkheid voor om Friedrichs werk in context te tonen. Het werd mij duidelijk, dat de prominente positie van kunstenaars uit de Duitse landen in St.-Petersburg rond 1800 ertoe heeft geleid, dat er zich in de depots een verrassend rijke collectie van Duitse schilderkunst uit die tijd bevindt, waaronder belangrijke schilderijen en tekeningen van landschapsschilders die in Nederland niet of nauwelijks bekend zijn. Zo ontstond tussen de rekken met achttiende en negentiende-eeuwse schilderijen het idee om in een tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam te laten zien, welke ingrijpende revolutie Friedrich teweeg had gebracht in de Duitse landschapsschilderkunst. Door de confrontatie van zijn werken met traditionele landschappen leer je pas echt begrijpen waarom zoveel critici in zijn tijd Friedrichs werk niet konden of wilden begrijpen. Friedrichs werk is weliswaar uniek, maar de historische dimensie van die uniciteit wordt pas helder, wanneer zijn schilderijen in context worden getoond.

Jakob Philipp Hackert (1737-1807)

In zijn artikel haalt Asvarisc deze woorden van Friedrich aan: ‘voor onze heren kunstcritici zijn onze Germaanse zon, maan, meren en rivieren niet genoeg. Als het gaat om verheven kunst en om schoonheid moet het allemaal Italiaans zijn.’ Daarmee maakt de schilder nog eens duidelijk, dat de grote historische betekenis van zijn kunst niet alleen ligt in hoe hij de natuur verbeeldde, maar ook in het feit dat hij principieel koos voor de esthetische ontginning van zijn eigen wereld en niet uitweek naar Arcadië aan gene zijde van de Alpen. Toen hij die woorden schreef, moet Friedrich schilderijen van Duitse italianisanten, wier werk ook te vinden is in de Hermitage, op het oog hebben gehad. Verreweg de belangrijkste van hen was Jakob Philipp Hackert. Hij gold als de Duitse Claude Lorrain, zoals Richard Wilson de Engelse en Claude Joseph Vernet de tweede Franse Claude Lorrain werden genoemd.

Carl von Kügelgen (1772-1832)

Een andere fascinerende groep tekeningen van Duitse kunstenaars uit Friedrichs tijd vormt die van Carl von Kügelgen, tweelingbroer van de schilder Gerhard von Kügelgen, die naam heeft gemaakt doordat hij in 1809 in Weimar het portret van Goethe heeft geschilderd dat wereldwijd bekendheid kreeg. De broers reizen in 1791 samen naar Rome om zich daar als kunstenaar te ontwikkelen. In 1796 gaan ze naar Riga en vervolgens naar St.-Petersburg, waar Gerhard een veel gevraagd portretschilder wordt. In 1805 keert hij terug naar de Duitstalige landen en vestigt zich in Dresden. Daar raakt hij bevriend met Friedrich. Ondanks het feit dat hij Friedrichs opvattingen over kunst niet deelde, heeft hij altijd diens werk verdedigd tegenover de vele critici, die er geen begrip voor toonden.

Broer Carl bleef in St.-Petersburg en ontwikkelde zich tot één van de meest interessante landschapsschilders van zijn tijd. Hij werkte voor de tsaren Paul I en Alexander I, die hem uitstuurden om met zijn tekenkunst de schoonheid van landschappen van hun onmetelijke rijk te documenteren. Het was dus zijn opdracht om nu juist niet de natuur met zijn kunst in bestaande schema’s te dwingen, maar het eigene van de natuur zichtbaar te maken in streken die in esthetisch opzicht onontgonnen gebied waren. De tekeningen die hij op zijn reizen maakte, dienden vervolgens als uitgangspunt voor schilderijen en lithografieën.

Ook voor de broers Von Kügelgen was hun verblijf in Rome een vanzelfsprekend onderdeel van hun vorming als kunstenaar. De Eeuwige Stad was sinds de zestiende eeuw hét centrum van de Europese kunst. Omstreeks 1800 stonden niet minder dan 1500 Duitse kunstenaars in Rome geregistreerd! Daar vinden in die tijd de belangrijkste vernieuwingen in de landschapsschilderkunst plaats: kunstenaars gaan niet alleen tekenen, maar ook schilderen en plein air en de olieverfschetsen die daarvan het resultaat zijn, dienen niet alleen als voorstudies, maar krijgen betekenis als autonome kunstwerken. In Rome vindt ook de belangrijkste discussie over kunst plaats. Met name Duitse kunstenaars geven in hun werk gestalte aan nieuwe, antirevolutionaire idealen in de kunst. Tegenover de verheerlijking van de rede stellen zij een hernieuwde inspiratie door het geloof. Een onooglijk klein boekje was daarbij hun bron van inspiratie. Het was in 1797 gepubliceerd door Heinrich Wackenroder en Ludwig Tieck met de titel Herzensergieszungen eines kunstliebenden Klosterbruders. Ook voor Caspar Friedrich heeft dit geschrift zoveel betekend, dat het van belang is op de inhoud hier nader in te gaan.

Voor Wackenroder is de kunstenaar een bemiddelaar tussen God en de mensen. De kunstenaar is niet meer dan een instrument, een dienstbare schepper. Een religieuze inborst en goddelijke inspiratie zijn de noodzakelijke voorwaarden voor het voortbrengen van grote kunst. Kernbegrippen zijn: Empfindung, Gefühl, Herz, Seele, Geist. Kunstenaars moeten zich terugtrekken uit de wereld waar rationaliteit, kunst en intellectuele ontwikkeling het kind in de mens hebben vernietigd en daarmee ook zijn natuurlijke relatie met God hebben verstoord. Vandaar de verheerlijking van het kloosterleven in een tijd waarin de Verlichting ertoe had geleid, dat vrijwel overal in Midden- en West-Europa de kloosters op bevel van hogerhand waren gesloten! In Rome ontstond zelfs een religieuze broederschap van Duitse kunstenaars, de Nazareners, die hun kunstproductie beleefden als een goddelijke opdracht.

Joseph Anton Koch (1768-1839)

De nestor van de Nazareners was Joseph Anton Koch. Hij werd geboren in een bergdorpje in Tirol. Het schilderij van het Franciscaner klooster van Civitella in de Sabijnse bergen van 1812 zou hebben kunnen dienen als Leitmotiv van één van de uitgaven van de Herzensergieszungen eines kunstliebenden Klosterbruders.

Carl Fohr (1795-1818)

In de herfst van 1816 arriveerde een 21-jarige jongeman uit Heidelberg in Rome, wier reputatie als wonderkind hem al was voor gegaan. Zijn naam was Carl Philipp Fohr. Hij had in Darmstadt gestudeerd bij een zekere Philipp Dieffenbach, die hem vertrouwd had gemaakt met het Duitse nationale erfgoed en vooral met de zestiende-eeuwse Duitse kunsten en middeleeuwse mythologie. Fohr trok in Rome in bij Joseph Anton Koch, deelde diens atelier en werd de beschermeling van kroonprinses Louise, de groothertogin van Hessen.

Fohr was niet alleen van nature maar ook door zijn opvoeding, het prototype van een Duitse romanticus en hij was vooral een voortreffelijk tekenaar. In 1818 verdronk hij bij het zwemmen in de Tiber. Voor zijn Duitse kunstbroeders werd hij een soort cultfiguur. Daartoe droeg ook de biografie bij, die zijn leraar Dieffenbach in 1823 publiceerde van deze niet ingeloste grote belofte. Bijna al zijn werk kwam na zijn dood terecht bij zijn patrones, kroonprinses Wilhelmina van Hessen. Het bestaat uit een redelijk aantal tekeningen en enkele schilderijen die duidelijk laten zien, dat deze leerling van Koch zijn meester naar de kroon stak. De conservator negentiende-eeuwse Duitse tekenkunst van de Hermitage, Michail Dedinkin, ontdekte enkele jaren geleden in het museum een groep tekeningen van zijn hand. Bij de voorbereiding van deze tentoonstelling bood hij aan om deze belangrijke vondst in de Hermitage Amsterdam voor het eerst in de openbaarheid te brengen. Ik beschouw het als een bijzonder voorrecht dat we deze tot nu toe onbekende groep tekeningen - waaronder de mooiste bloementekeningen die ik ken - in deze tentoonstelling kunnen laten zien.

De echtgenote van tsaar Alexander II, tsarina Maria Aleksandrovna was de jongste dochter van prinses Wilhelmina van Hessen. Zij had in 1840 de tekeningen en gravures van Fohr meegenomen naar Rusland en die haar herinnerden aan het vaderland dat ze had achtergelaten. Deze verzameling werd in de werkkamer en de bibliotheek van de tsarina bewaard en is na haar overlijden bij elkaar gebleven.

Carl Rottmann (1797-1850)

Net als Friedrich maakt Carl Rottmann in zijn werk de grootsheid van de natuur zichtbaar. Maar hij doet dat op een heel andere manier. Het is alsof jij - de toeschouwer - zelf de rugfiguur is geworden, terwijl je bij Friedrich in het beeld als het ware wordt vertegenwoordigd. Rottmann legt zonder ‘bemiddeling’ de kosmische ruimte die de natuur biedt, voor jou bloot in indrukwekkende panoramische landschappen. De mensen in de natuur staan niet tegenover het landschapsbeeld, maar maken er deel van uit. Ze worden in dit schilderij meegeschilderd in een ruige peinture, waarin alles versmelt in licht en ruimte. Terecht is Rottmann wel eens door zijn kunst gekarakteriseerd als de laatste visionair van de Duitse romantiek.

August Matthias Hagen (1794-1878)

In de depots van de Hermitage bevinden zich echter twee schilderijen die op een fascinerende manier de invloed van Caspar David Friedrich vertonen. Ze zijn geschilderd door ene August Matthias Hagen, een kunstenaar die alleen in zijn geboorteland Estland bekend is geworden. Hij is de zoon van een molenaar uit Wiezemhof (Vicjiems). Na een leertijd in München en reizen door de Alpen wordt hij tekenleraar aan het gymnasium van Dorpat (Tartu). In 1837 krijgt hij de eervolle benoeming tot zogenaamde ‘vrije kunstenaar’ aan de Academie van St.-Petersburg.

De schilderijen van Hagen in de Hermitage zijn beide met een buitengewone nauwkeurigheid en een groot gevoel voor de werking van licht en lucht in het landschap geschilderd. Maar wat het meest opvalt, is de rol van menselijke figuren. De rugfiguur in het onherbergzame berglandschap is letterlijk en figuurlijk aan het einde van zijn weg gekomen. De natuur is hem teveel geworden. Hagens werk verdient meer aandacht dan het tot nu toe heeft gekregen.

Leo von Klenze (1784-1864)

Op 18 oktober 1830 legde koning Ludwig I van Beieren de eerste steen voor een megalomaan project, het Walhalla in Regensburg. Leo von Klenze was de architect van het Walhalla. In de Hermitage is een schilderij van hem uit 1836, geschilderd naar een tekening van 1830. Von Klenze heeft het schilderij vermoedelijk mee naar St.-Petersburg genomen toen hij daar in 1840 werd uitgenodigd om een nieuwe museale vleugel aan het achttiende-eeuwse paleis te ontwerpen. Het is een uniek document, omdat het laat zien, dat het de architect niet alleen ging om een indrukwekkend gebouw neer te zetten. In het getekende en geschilderde concept van Von Klenze ziet hij architectuur als deel van de natuur.

Ludwig Knaus (1829-1910)

Eén schilderij markeert het einde van de tentoonstelling. Het laat zien wat er terecht kwam van de dromen en visioenen van de Duitse romantiek. Uit 1857 dateert Meisje in weiland van een geliefde schilder uit die tijd: Ludwig Knaus. Een grotere tegenstelling met de kunst uit de jaren ervoor lijkt nauwelijks denkbaar. Maar de thema’s zijn dezelfde! Het onbedorven kind, dat nog een authentiek contact met de natuur onderhoudt en daarom kan dienen als inspirerend voorbeeld van volwassenen, was ooit in de romantiek ontdekt. Nu is ‘het kind’ van een romantische mythe tot een lief meisje geworden, het dochtertje van de achterburen, dat bloemetjes plukt in het weiland. Gezelligheid alom. Grote gevoelens zijn verkleind tot sentimenten. Romantiek is versmald tot Biedermeier.

Voor meer informatie:

HERMITAGE AMSTERDAM

Communicatie, Educatie & Marketing
Martijn van Schieveen en Kim van Niftrik
Postbus 11675
1001 GR Amsterdam

T020 530 87 55
Epressoffice@hermitage.nl

ANBI

De Hermitage Amsterdam is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Wij hoeven geen belasting te betalen over giften. Uw bedrag staat dus volledig tot onze beschikking. En giften aan een ANBI zijn vaak aftrekbaar voor de schenker.

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 25 december 2014 en 27 april 2015

© State Hermitage Museum, St Petersburg

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Contact

Voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s:
+31 (0)20 530 87 55

Voor alle overige vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55

Voor reserveringen van rondleidingen en zalen:
0900 HERMITAGE (0900-437648243) lokaal tarief

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u contact opnemen met reservations@guideid.com

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.