Hermitage Amsterdam

Geschiedenis van het gebouw

De rijke koopman Barent Helleman overleed op 18 oktober 1680 en had de Diaconie tot zijn enige erfgenaam benoemd. Hij liet zo’n 90.000 gulden na. De Diaconie besloot om daarmee een huis voor ‘oude besjes’ op te richten. Tot die tijd werden hulpbehoevende vrouwen opgevangen door particulieren: duur en inefficiënt. De stad schonk een stuk grond en de bouw kon beginnen. Waarschijnlijk tekende stadsbouwmeester Hans Jansz. van Petersom voor het ontwerp.

Amstelhof was 16 maanden later klaar. Het tehuis bood onderdak aan 400 vrouwen. Dames die hiervoor in aanmerking wilden komen moesten boven de 50 jaar zijn, minstens 10 jaar lid van de kerk en 15 jaar inwoonster van de stad.

Architectuur

Karakteristiek voor het gebouw is de classicistische voorgevel aan de Amstel met een lengte van 102 meter, in 1683 de langste gevel in de stad. Het pand heeft mooie proporties, is eenvoudig van ontwerp en symmetrisch van opbouw. De centraal gelegen monumentale ingang is een schijndeur. De burgemeesters vonden een deur met stoep noodzakelijk voor een gebouw met allure. Direct achter de deur ligt echter de kerkzaal, die niet kon dienen als entreeruimte.

Boven deze deur staat nog steeds het originele opschrift: Diaconie Oude Vrouwen Huys anno 1681.

De naam Amstelhof kreeg het tehuis pas in 1953.

Plattegrond

Het tehuis heeft een symmetrische plattegrond met een grote binnenplaats. Rondom twee binnenhoven liggen de zijvleugels met kamers voor de dames: de chambrettes.

Aan de voorzijde ligt de grote eetzaal, die ook werd gebruikt voor kerkdiensten. Op de hoeken aan de Amstelzijde bevinden zich de regenten- en de regentessenkamer, waar het bestuur van het tehuis zetelde.

Ossenpoort

Onder de grote schijndeur aan de Amstelzijde ligt de Ossenpoort. Dit was de ingang voor de leveranciers. Door deze deur kwam vroeger de etenswaar naar binnen, in potten en vaten, maar ook levend. Beesten – waaronder ossen – liepen de binnenplaats op om vervolgens daar geslacht te worden.

Nu betreden de bezoekers door deze deur de Hermitage Amsterdam.

Kerkzaal

De kerkzaal was de voornaamste ruimte in het tehuis. Hier vonden de kerkdiensten plaats en werden de maaltijden gebruikt. Driemaal daags konden de vrouwen hier eten aan lange tafels, op afgemeten zitplaatsen.

Tot in de twintigste eeuw was de zaal bovendien, na de Burgerzaal van het Stadhuis op de Dam, de grootste zaal in de stad. Daarom werden hier flink wat officiële feesten gegeven en hoogwaardigheidsbekleders ontvangen. Leden van het Koninklijk Huis deden Amstelhof aan en Sir Winston Churchill gebruikte hier de lunch in 1946.

Chambrettes

De meeste vrouwen deelden een vierpersoonskamer, de ‘chambrette’. In het reglement uit 1681 staat dat iedereen tevreden moest zijn met de kamer die is toegewezen, en dat deze ‘rein en puntig’ moet blijven.

Aan het begin van de achttiende eeuw werd er een aparte zaal gebouwd, bestemd voor zieke vrouwen.

Mannen

Vanaf 1817 verbleven er ook hulpbehoevende mannen in het tehuis. Er werd toen een nieuwe mannenvleugel gebouwd en de naam van de instelling werd gewijzigd in Diaconie Oude Vrouwen en Mannen Huys.

Keuken

De keuken naast de eetzaal bleek meteen na de oplevering van het tehuis al te klein. Maar pas rond 1725 verhuisde deze naar een ontruimde kelder. De kelderkeuken bleef tot 1862 in gebruik. Dagelijks werd hier voor honderden mensen gekookt in de grote, met bakstenen omhulde ketels. Om te kunnen roeren had de kok houten trapjes nodig!

Nu is de keuken weer gerestaureerd en wanen de bezoekers zich weer even in de achttiende eeuw.

Regentessenkamer

Aan weerszijden van het gebouw lagen op de hoeken aan de Amstel de regentenkamers. Van hieruit werd het tehuis bestuurd. Regenten en regentessen waren verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur en traden namens de diaconie op.

Verbouwingen

In de loop der eeuwen is er veel verbouwd in en om Amstelhof. Toen het huis dat alleen voor vrouwen bestemd was, ook werd bevolkt door mannen, moesten er dus zalen bij komen. Later werd er bijgebouwd voor echtparen.

Zieken en zwakken kregen eigen ruimtes. Technische aanpassingen vonden hun weg naar Amstelhof, zoals de centrale verwarming in 1860. Steeds weer werd gesloopt en vernieuwd. In de jaren twintig van de vorige eeuw gingen er stemmen op om elders opnieuw te beginnen. Dat ging niet door.

Jaren later volgde er een grootscheepse verbouwing, tussen 1970 en 1979. Toen werd Amstelhof verbouwd tot een modern verpleeghuis. De binnenhoven werden van onder tot boven volgebouwd, die ruimte was hard nodig. De grote binnenplaats bleef onbebouwd.

De achtervleugel werd gesloopt – inclusief alle aanbouwen – om er de nieuwe hoofdtoegang te bouwen. Op de plek waar zich de ziekenzalen en de ‘zwakkenkelder’ hadden bevonden, kwam nu de ingang van het moderne tehuis.

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.